In Spijkenisse werd in 1986 de vrouw van een bankdirecteur ontvoerd. Het was allemaal heel vaag. We hoorden dat het de Verenigde spaarbank op de Slinge in Rotterdam was maar wie de bankdirecteur was bleef een raadsel.
Dat werd puzzelen. Het persbericht van de politie gaf prijs dat het om een dame uit Spijkenisse zou gaan. Later bleek dat we ook bij de verkeerde bank aan het zoeken waren. Toen leerde ik van Telegraaf redacteuren Huib Boogert en Theo Jongedijk wat rechercheren is. Dagenlang parkeerden zij beiden achter het politiebureau in Spijkenisse en volgden zo onopvallend mogelijk elke burgerauto van de politie die de poort uit reed. Totdat ze een aantal keren achter elkaar op hetzelfde pleintje in de Krekenbuurt uitkwamen.
Een simpele vraag aan een buurtbewoner ‘Weet u waar die bankdirecteur woont’ gaf het antwoord. Er bleek ook een rechercheur in een auto buiten het huis ‘onopvallend’ de boel in de gaten te houden. Nou herken ik die gasten op 200 meter afstand. Toen wisten we dat we goed zaten.
Het verhaal werd compleet toen Huib en Theo de door de politie aan de straatkant gezette vuilniszak meenamen naar de redactie en ze de weggegooide kladjes van de rechercheurs vonden. Een dag of wat later toen de vrouw werd vrijgelaten zaten Theo, Huib en ik bij haar ouders, die ons omdat het allemaal goed afgelopen was, wel te woord wilden staan. Aan de muur hing een foto van een innig stelletje. Huib vroeg ‘Kunnen wij die foto gebruiken in de krant?’. Ja, dat kon wel maar we mochten hem niet meenemen zei de moeder die me de foto overhandigde. ‘Geen probleem’ zegt Huib, ‘Onze fotograaf maakt er wel een kopie van’. Ik dacht, mooi, hoef ik niet iets stiekem te doen. En terwijl ik m’n groothoeklens van mijn camera afhaal om een repro-lens erop te zetten zegt de vader: ‘Weet je dat wel zeker? Daar krijgen we herrie om hoor’. En moeder hangt de foto weer aan de muur. Hád ik nou maar een foto met die groothoeklens gemaakt dan had ik in ieder geval iets gehad. Zeker omdat het een dag of wat later helemaal wereldnieuws werd toen bleek dat de bankdirecteur zijn eigen vrouw had laten ontvoeren om met het losgeld wat frauduleuze praktijken bij zijn bank wilde verhullen. In die tijd bracht een foto bij zo’n nieuwsitem nog rustig een bedrag met vier nullen op. In guldens. Maar helaas. Dit keer niet.
In Schiedam had een echtpaar een dispuutje met de buurt en de gemeente. Ze wilden in een woonwijk een sexshop beginnen. Geen gekke dingen, alleen vieze boekjes, condooms en vibrators geloof ik. Voor bij het interview moest er wel een foto bij maar ja, het winkeltje was er nog niet. Dan maar bij die mensen thuis. En,… heel eerlijk, elke keer als ik er nu nog langs rij moet ik weer grinniken. Ik belde aan, ze deden open en de foto moest in hun kelder gemaakt worden. Een sado-kelder. De zweepjes hingen in kleur en lengte gesorteerd aan de muur. En aan het einde van de hondenriem ….. kroop de huisslaaf door de kelder. Tja… Je maakt wat mee als fotograaf ;-)
Koninginnedag was altijd prijs. Ik moest achter Hare Bea aan. Dat fotografeerde ik voor het persbureau Sunshine die dat over de hele wereld wegzette. Je hebt geen flauw idee hoeveel Royalty tijdschriften er zijn in de wereld. In Nederland hebben we de Party, Story, Weekend en nog een paar maar bijvoorbeeld in Duitsland zijn er tientallen. De meeste jaren was het leuk geregeld, waren er een stuk of 6/7/8 persvakken langs de Koninklijke wandeling waar we dan snel door de Rijksvoorlichtingsdienst door steegjes, soms zelfs woonhuizen, van het ene vak naar het andere vak werden geloodst. En dat soms met 30 fotografen. Slechts 1 fotograaf van het ANP en een cameraploeg van de NOS mochten de hele wandeling voorop lopen. Vaak in ons beeld wat weer veel geroep en gescheld teweegbracht bij de rest. In Scheveningen in 2005 was het allemaal wat minder. Er waren 6 persvakken maar we mochten er maar 3 kiezen. Ik dacht: dat gaat hem niet worden. Ik had altijd een keukentrapje in mijn auto liggen, het Bea-laddertje, en besloot maar achter het publiek langs de route mee te lopen. Af en toe met die drie treetjes even boven het publiek uit en weer verder. Nu bleek er in oud Scheveningen een smal straatje afgezet te zijn. Alleen bewoners mochten erin. Ik wist daar langs een agent te lopen die op een stoel in de schaduw zat. Ik riep hoi, en hij zwaaide terug. Oke, ook goed. En tien tellen later stond ik tussen 10 bewoners te wachten tot de hele stoet de bocht om kwam.
En weer tien seconden later dacht ik: ‘Krijg de hik maar, ik ga gewoon meelopen’. Ik zie wel waar het schip strand. En even later maakte ik deze foto van Wim-Lex en Maxima. Nou heb ik echt niet het idee dat ze van mij schrokken maar wat het dan wel was weet ik nog steeds niet.
RVD-er Aad Meijer zag me en vroeg: ‘Hoe heb je dit voor elkaar gekregen?’ Maar zei verder niks. Dus ik liep vrolijk verder mee. Arianne Balledux riep 500 meter verder: ‘Dijkstra WEGWEZEN !’ Ja hoor, ik ben al weg. Altijd orders opvolgen toch ;-) Maxima liep er vrolijk bij, haar zwangerschap aan het publiek tonend.
Ondanks de weinige persvakken werd het toch een groot succes. Het waaide er trouwens behoorlijk die dag. Echt, als ik het niet zelf gezien had zou ik het niet geloven. De reclamesleep vliegtuigjes bij het begin van de wandeling op de boulevard vlogen áchteruit. Helaas geen foto van.
Maxima is trouwens sowieso een op en top expressieve Zuid Amerikaanse. Vaak leuke foto’s van kunnen maken. Deze na het slaan van de eerste munt naar aanleiding van de geboorte van Amalia.







Diverse Nederlandse steden hebben een Molukkerwijk. Daar woonden de KNIL militairen die eind jaren 40 vóór Nederland, tegen Suharto in Indonesië vochten. Die moesten vluchten want die waren de vijand van Indonesië. Maar de belofte dat ze ooit terug zouden kunnen bleek onhaalbaar. En, terwijl ze in eerste instantie in de kampen nog gratis woonden, en later ook in huizen weinig tot geen huur betaalden eindigde dat ook. Protesten tegen die huur liepen uit de hand. In Capelle ad IJssel moest de ME optreden. Gewapend met bijlen, scheppen, vlaggenmasten en enorme latten stonden beide partijen tegenover elkaar.
Maar de reactie op ‘ME voorwaarts’ werd: ‘Molukkers voorwaarts’ . Dat was de ME niet gewend en ze stapten terug. 
Toen daarbij een brigadier ten val kwam werden er wapens getrokken en toen de Molukkers door bleven lopen klonk er een schot.
Het was gelijk over. De ambulance nam de getroffen Molukker mee. Einde actie. De volgende dag wilde ik mijn spijkerbroek aantrekken en zag toen pas dat de hele achterkant vol zat met gaten. Hadden die Molukkers met zakjes zoutzuur gegooid. De spetters hadden mijn broek opgelost. Collateral Damage.

De Vlaardingse brandweer moest eens uitrukken voor een koe in de sloot. Die eruit halen was niet zo’n probleem. Maar bij het weglopen zei er iemand…. ‘Kijk eens wat er uit het achterwerk van dat beest komt’. De koe bleek hoogzwanger te zijn maar het kalfje wilde niet echt meewerken. Een veearts die snel ter plaatse kwam bond wat touw aan de poten en toen moest iedereen trekken. Eindconclusie: de koe kwam gemakkelijker uit de sloot dan het kalf uit de koe.

De brandweer in Schiedam rukte uit voor een rare melding naar een oud bankgebouw. ‘s-Avonds laat. Er was hulpgeroep gehoord. De voordeur van de bank stond open en afgedaald naar de kluisruimte vond men drie mensen, opgesloten in de kluis. Er werd een slijptol bijgehaald en losgelaten op de kluisdeur. Dat gaf nogal wat wat rook en toen de mannen door het gat konden kruipen was iedereen aan het hoesten en proesten. Het bleken de koper van het gebouw en twee vrienden. Wat minder grappig was toen de koper me toevertrouwde dat hij gewoon de sleutel van de kluis op zak had, hij liet hem zelfs zien, maar hij wilde een geintje uithalen. De brandweer had het vast niet leuk gevonden dus ik heb mijn mond maar gehouden.

Op de Coldenhovenlaan in Maassluis/Maasland/Maasdijk was een nieuwe rotonde gemaakt. Maar heel suf in mijn ogen, met een verhoogde middenberm. En het werd al vrij snel duidelijk waarom dat niet handig was. In twee weken kantelde drie keer een Engelse vrachtwagen met hangend vlees op weg naar de veerboot in Hoek van Holland. Nota bene ook nog van hetzelfde bedrijf. Geslachte koeien en varkens, hangend aan haken aan het dak van de trailer. Of dat nou met het stuur aan de verkeerde kant te maken had of niet is me nooit duidelijk geworden maar opvallend was het wel. Drie keer de rotonde, en dus de afrit van de snelweg, voor uren gestremd terwijl de aanhanger leeggehaald moest worden en in een andere vrachtwagen geladen. Een ezel stoot zich in het gemeen,….. wel drie keer aan dezelfde steen ;-)




Op 1 juli 1981, aan de kleding te zien was het best fris, opende Willem Alexander samen met zijn moeder de nieuwe Rotterdamse Willemsbrug.
Dat zooitje pers werd op een podium gezet, uiteraard weer veel te ver weg dus alle telelenzen kwamen weer uit de tassen.
Na de inleidende activiteiten gingen we van de oude Maasbruggen naar de nieuwe brug waar een plaquette onthuld zou worden. Het gezelschap liep, de pers zou op een open vrachtwagen naar de brug gereden worden omdat wij voor het gezelschap uit moesten en de RVD geen ‘rennende fotografen’ wilde.
Alleen de chauffeur van die vrachtwagen had het niet helemaal goed begrepen want ondanks roepen en op het dak slaan door de fotografen reed hij in een keer naar het einde van de brug. Onthulling gemist en we moesten weer terugrennen. Midden op de brug stond een huilend meisje met een bos bloemen die werd tegengehouden door de beveiliging. Totdat Beatrix het zag en haar als de verloren dochter inhaalde. En zo te zien moest Willem Alexander er ook wel om lachen. Niet goed je best gedaan meissie want hij zit nu met Maxima. Betere keuze denk ik ;-)
Aan het eind van de brug, ja waar we van die vrachtwagen gesprongen waren, zou de gemeente Rotterdam aan Willem Alexander een cadeau geven: de Stadstimmerkist. Alle fotografen poogden in volledige chaos een plaatje te maken maar iedereen keek tegen zijn achterhoofd aan. Ik ben maar door mijn knieën gegaan en riep ‘Alexander’ en hij keek om. Klik. Hebbes. En wegwezen ;-)
Als je toevallig toch in Oostenrijk aan het skiën bent en de Koninklijke familie houdt de halfjaarlijkse fotosessie, ja dan moet je er toch heen. Veel fotografen die allemaal in hotels in het dorp zaten, een kilometer verder van de fotolocatie. En na de foto’s moest je snel de foto’s doorsturen naar je klanten.
Dan is het toch handig als je je eigen perscentrum, mijn camper, meeneemt. Na 1 minuut was ik al foto’s aan het doorsturen.

Op de 85e verjaardag van Prins Bernhard mochten we komen opdraven op paleis Soestdijk. Er waren veel veteranen en verzetsstrijders uitgenodigd en Juul en Benno begaven zich in het gezelschap. Tot de al een beetje dementerende Juliana op de fotografen begon te schelden. Elke keer als een fotograaf flitste kreeg zij een harde tik in haar gehoorapparaat. Dat wisten wij dus niemand had een flitser op zijn camera. Maar de RVD was dat vergeten aan de veteranen door te geven en veel van hun hadden een ritsratsklik camera in hun binnenzak. Niks gedaan en kregen we toch de schuld.

Op 30 maart 2001 belde de RVD de pers dat we om 18.00 uur moesten verzamelen op het paleis Noordeinde. Geen idee wat er aan de hand was maar we werden in de kelders, de catacomben, een soort van ‘opgesloten’. We werden goed opgevangen hoor, koffie, thee limonade, zelfs bitterballen. En we hadden nog steeds geen idee. Tot ons duidelijk was dat Willem Alexander zou verloven met zijn Maxima. Om even voor acht moesten we naar de trap in de hal en kwamen zij de trap afgelopen. Hij trok aan haar met het idee van ‘Ze is van mij en ik laat haar niet meer los’. Maar ik stond net een beetje in het beeld van de NOS camera. Voor we tien minuten laten naar buiten konden had ik al 30 sms-jes ‘Je bent in beeeeld’. 
Het maffe was, in die kelder hadden wij helemaal niets meegekregen wat er boven gebeurde. We hadden geen tv daar maar dáár ging wél in de rondte dat de verloving aangekondigd werd. En half den Haag was naar het Noordeinde gekomen. Het was eerst niet de bedoeling dat het stel naar buiten ging maar ze deden het toch. Lekker fotograferen dan.
Dan rij je over het Zuidbuurtseweggetje naar Maassluis en daar rij je totaal onverwacht tegen een survival aan. En zie je daar Prins Pieter Christiaan, de sportprins. Mooi meevallertje.

En dan is daar de grote dag. 02-02-2002. Hét Huwelijk. Wij rukten met het hele bedrijf, vier fotografen, uit naar Amsterdam.
Persvakken.
Belangrijke, beroemde gasten.
En het Bruidspaar.





Na aankomst van de gouden koets dan de bekroning, de Kus.
Keihard gewerkt. We hadden ons gezien de datum warm aangekleed maar dat was eigenlijk niet nodig want het was zelden in februari zo warm.
Begin jaren 90 startte ‘de Krant op Zondag’. Precies, een krant die op zondag bezorgd werd. Ik moest voor een van de uitgaven een foto leveren en hoewel ik een fotozender had wilden ze dat ik hem kwam brengen. TomTom was er nog niet dus met de 100.000 stratenkaart op mijn knieën probeerde ik de Spinozastraat te vinden. Nada. Ten einde raad, de deadline naderde, belde ik maar met het politiebureau De Eenhoorn. Ja, in die tijd kon je 008 bellen en kreeg je de lokale wachtcommandant. Mijn autotelefoon was nog zo’n grote kast in de kofferbak en een hoorn naast de handrem. Je mocht nog bellen met die hoorn in je hand in die tijd. Ik stond ergens op een laad en loszone op de Wiboutstraat. De wachtcommandant zei: ‘Zie je ergens een politieauto?’ Ik keek om me heen en zei: ‘Nee’. ‘Oke, ‘ zegt de wachtcommandant, ‘Ga maar rechtsaf de Sarphatistraat op. Dat mag niet maar anders kan ik het niet uitleggen.’ Het lag dus niet echt aan mij. Ik sloeg rechtsaf de busbaan op en verdomd…. Er komt me een politiewagen tegemoet. Blauw zwaailicht even aan, stopbord aan…. Intussen heb ik nog steeds het bureau aan de lijn en zei de wachtcommandant dat ik staande werd gehouden. Raam open, ‘Rij en kentekenbewijs alstublieft’. ‘Jawel agent, ik heb hier uw collega aan de lijn en die stuurt me deze straat in’. ‘Rij en kentekenbewijs alstublieft.’ Intussen hoor ik door de telefoon op de achtergrond de commandant op de mobilofoon roepen ‘Kees en Wim kom er eens in’. Maar die stonden naast me dus die hoorden het niet. Ik zei maar ‘Jullie zijn Kees en Wim?’ Toen keken ze toch even of ik een cursus ‘glazen bol kijken’ had gedaan. ‘Jullie worden opgeroepen door je wachtcommandant’. Toen werd het ze duidelijk en kreeg ik zelfs escorte naar de redactie. Pfff…
Een mooie klus was de Elfstedentocht van 1997. Ik had helaas 1985 en 1986 gemist dus nu moest het gebeuren. It giet Oan. De Tocht der Tochten. Bij de voorbereidingen had ik al begrepen dat met de auto komen niet echt een optie zou zijn.
We konden weliswaar een ontheffing krijgen, heel Nederland was opgeroepen vooral per openbaar vervoer te komen of thuis naar de tv te kijken, maar als alle wegen vast zouden staan heeft een ontheffing ook geen nut. Ik had nog geen motorrijbewijs dus vroeg ik buurman Ronald of ie wilde rijden. Motor gehuurd in Leeuwarden en een hotelkamer. De start was om 5.30 uur maar daar moet je dan toch om 5 uur staan dus na een nacht met weinig slaap kon ik het startschot fotograferen. En dan op pad. Kolere wat was het koud. Nog geen 3 kilometer onderweg maar bij het eerste benzinestation zijn we gaan opwarmen.
Toen het wat later licht werd ging het beter. Leuke foto’s kunnen maken.





Klunen
Bij de finish werden we weer eens in een pers-vak geperst. What’s in a name.

De opdrachtgever was een verzekeringsmaatschappij die een boek wilde maken. Ze hadden 11 fotografen geregeld in alle plaatsen en mij als 12e, de vliegende keep. Alleen, terwijl van andere uitgevers het eerste boek de volgende dag al in de winkel lag kwam de verzekeringsmaatschappij pas na drie weken. Beetje mosterd na de maaltijd maar …. leuke goedbetaalde klus om nooit te vergeten.
Berlijn. In de geschiedenis is het altijd een interessante stad geweest. Ik was er al eens geweest in 1980. Daar zag ik in het Haus am Mauer de wereldberoemde foto van de soldaat die in 1961 bij het bouwen van de muur als laatste over het prikkeldraad naar het westen sprong. Die had ik graag gemaakt maar ik was toen pas 3. Op 9 november 1989 keek ik naar het journaal en zag dat het rommelde in Oost Duitsland. Terwijl bij andere Oostbloklanden het IJzeren Gordijn al tot heuphoogte gezakt was bleef de president Honecker van Oost Duitsland standvastig in zijn communisme.





Bij vluchtpogingen werden tientallen mensen doodgeschoten.
Maar zoals altijd komen veranderingen van binnenuit. DDR bewoners mochten wel naar bijvoorbeeld Hongarije op vakantie. Daar reden in die tijd de Oost-Duitsers die naar het westen wilden vluchten tot het hekje dat de grens markeerde, lieten hun Trabant of Wartburg in het weiland staan en vroegen asiel aan in Oostenrijk. Honecker was overleden en Egon Krenz nam het presidentschap van de grootste gevangenis ter wereld over. Er schijnen in die tijd in de tuin van de Nederlandse Ambassade in Boedapest 10.000 mensen te hebben gekampeerd die in de ambassade asiel hadden gevraagd. Daar werden door de Hongaarse spoorwegen speciale treinen voor geregeld om ze naar Oostenrijk te brengen. Kortom, het rommelde. Het Politbureau, de regering van de DDR, wilde de reisbeperkingen naar het westen wat versoepelen, waarschijnlijk met een visumplicht en dat alleen voor 1 of 2 leden van een gezin zodat ze zeker zouden zijn dat je terug zou komen. Maar Gunter Schabowski die de persconferentie moest leiden had niet goed opgelet. En op de vraag wanneer dat dan in zou gaan stotterde hij ‘….. Ik denk nu’. En toen was de beer los. De eerste Trabbi reed naar Checkpoint Charley,
een van de drie grensovergangen van Oost naar West Berlijn en riep ‘Ich will raus’. Ja die kreeg gelijk een Kalashnikov op zich gericht. ‘Kijk dan maar op je televisie dan zie je het wel.’ De Vopo zette de tv in zijn wachthokje aan, zag de persconferentie en zei ‘Oke. Dan zal het wel’ En hij deed het hek open. En toen kwam nummer twee, en drie, en vier, en …… ene grote file. Dat hoorde ik dus op 9 november op het Nederlandse nieuws. Ik belde eerst mijn ma en pa. Maar die namen de telefoon niet op. Vroeg naar bed en telefoonstekker eruit. Daarna belde ik naar de Vrije Volk redactie. En wie kreeg ik daar aan de lijn: Aly Knol, de correspondente in Duitsland. Jaren was zij de Vrije Volk correspondent in Duitsland en toen er echt iets gebeurde zat ze in Rotterdam voor een vergadering. Ik heb zelden door de telefoon zo’n gegrom gehoord. Ik kreeg Stef van Item mee. In de auto van de hoofdredacteur Leo Pronk reden wij midden in de nacht naar Berlijn. West Duitsland uit, via Checkpoint Alpha Oost Duitsland in , en dan bij Checkpoint Bravo (Dreilinden) West Berlijn in . Ik had een klein tv-tje dat op 12 volt, 110 volt, 220 volt en batterijen werkte. En Secam, NTSC en PAL aankon. Die hadden we op het dashboard gezet en tijdens het rijden konden we het nieuws volgen.
Rare toestand was het bij de overgangen. De Vopo’s bleven zware checks doen, met spiegels onder je auto kijken, alle deuren moesten open, achterklep open. Alsof er geen revolutie gaande was. Waar gaan we heen. Ik opperde Checkpoint Chárley. Dan maar het alfabet afwerken ;-) Daar aangekomen was het pakweg 7 uur en de meeste Berlijners pakten net hun ochtendkrant en zagen wat er loos was. Duizenden mensen kwamen naar de muur. Trabbi schütteln is een werkwoord geworden daar.
Elke auto werd bij de dakrand gepakt, een paar keer heen en weer geschud en kon door, west Berlijn in.
Dat gaf ook nog wel problemen want hele volksstammen stopten over de grens en gingen midden op de snelweg de (vrije) grond kussen.
Daardoor konden de achterop komende auto’s ook niet verder. Dat veroorzaakte bij de terugreis nog wat problemen, daarover later meer. Een omstander ging om 8 uur toen de bank openging 100 mark wisselen in briefjes van 5 en de eerstvolgende 20 auto’s kregen 5 mark naar binnen geschoven
onder de woorden ‘ga maar eens een lekkere bak koffie drinken want dat hebben jullie sinds 1961 al niet meer gehad’. Feest. Fietsers liepen de grens over.
Vanaf daar liepen we naar de Brandenburger Tor, de ereboog die Oost van West scheidde. Het eigenlijke centrum van het oude Berlijn dat trouwens in de Tweede Wereldoorlog nagenoeg geheel platgegooid is. Mensen klommen op de muur.

Wij ook.

Aan de Oost Duitse kant werden militairen opgesteld. Wij verwachtten dat er binnen no time iemand van de muur naar beneden zou springen maar dat gebeurde niet. Op een moment komt er een West Berlijner die met een steen op de muur gaat meppen.
Jammer van die mooie graffiti ,

er sprongen wat vonken weg. Nog geen minuut later komt er een met een hamer en een beitel. Er sprongen wat schilfers weg. Er kwam er een met een moker, er sprongen wat kiezels weg. Ik kijk Stef aan en zeg: ‘Waar blijft die vent met die kango hamer’? Oh, daar was ie al. Toen er nog een bouwkundig ingenieur bij kwam die adviseerde niet op de muur maar op de naden te hakken lag er binnen een uur een plaat van de muur uit.
Toen ging aan de Oost Duitse kant het waterkanon op. Maar het was niet meer tegen te houden. Aan de Oost kant kwamen bulldozers die noodwegen aanlegden door de mijnen velden die er volgens zeggen nog zouden liggen. Als ik dit nu opschrijf lopen de rillingen nog steeds over mijn rug. Kippenvel. De filmpjes ontwikkelen was niet zo’n probleem, tankje en ontwikkelaar en fixeer, kon zo in de hotelbadkamer. Maar toen ik de hoteltelefoon open schroefde om mijn fotozender aan de telefoonlijn te hangen hoorde ik door de hoorn nog minstens drie andere zenders ratelen.
Dat zou gegarandeerd storing opleveren. Ja, e-mail was er nog niet. Dus we hebben maar geprobeerd om bij de Bild, de grootste Duitse krant de foto’s door te seinen. Dat lukte. Nog even een souvenirtje scoren, zelf maar uithakken.
Ook dit had een naam: Muurspechten ;-) Toen we na drie dagen met totaal 8 uur slaap weer naar Nederland wilden kwamen we in een 100 kilometer lange file terecht . Alle Ossies die bij Helmstedt West Duitsland in reden gingen ook hier de grond kussen. Op een bepaald ogenblik ging een dikke West-Duitse Mercedes door de middenberm, ze hadden daar geen vangrails, en ging op de andere weghelft tegen het verkeer in alles inhalen. Toen er nog twee achteraan gingen dacht ik bij mezelf: ‘Ik ga erachteraan, als er een tegenligger komt vangen die drie de klap wel op’. En velen achter mij deden hetzelfde. Zo haalden we zeker 50 kilometer in over de verkeerde rijbaan. Toch duurde de hele terugreis 24 uur. Maar we hadden wel op de eerste rang een stuk wereldgeschiedenis meegemaakt. Mijn ma is trouwens de rest van haar leven chagrijnig geweest als het over Berlijn ging want zij was er ook zo graag bij geweest. Tijdens de terugtocht zaten Stef en ik wat te mijmeren over hoe lang het zou duren voordat beide Duitslanden zich weer zouden verenigen. In Leipzig ontstonden vrij snel daarna elke maandagavond demonstraties waar op het laatst 300.000 mensen aan meededen. Ik ben daar met collega Robert Bas maar eens heengereden om het vast te leggen. Veel jongeren zouden we nu bestempelen als neo-nazi’s maar toch blijken deze demonstraties de aanzet te hebben gegeven tot de hele snelle eenwording. 


Nog geen jaar later was het al zo ver. Ook daar ging ik heen.
Voor de muur zelf weg was ging er nog wel een tijd overeen.
Later werden weer stukken teruggezet. Als herinnering.
Intussen zijn er ook wel mensen, zowel in het oude westen als het oude oosten, die de muur weer terug willen hebben. Die hebben helaas niet geleerd van het verleden.
Ik heb ook wel eens vóór de camera gestaan. Bij de opnamen van Soldaat van Oranje werden figuranten gevraagd. Ik werd in een overall gehesen, er moest 15 centimeter haar af en samen met wat andere leden van de Vlaardingse Amateurtoneel Vereniging Varia langs het Noordeinde gezet. Als je de film ziet: Snel kijken. Ik ben weg voor je me ziet. Maar wel een leuke dag gehad ;-)


In Spijkenisse kwam een melding over de scanner dat er op een boeren landweggetje een vrouw in een rolstoel van haar hondje was beroofd door twee jongens op een brommer die het beestje hadden opgehangen aan een hek. Een van onze fotografen ging die kant op en kreeg herrie met de rechercheurs. Ze mocht het niet fotograferen. Waarom werd later duidelijk. Uit de sporen bleek dat de vrouw het zelf had gedaan. Er waren alleen wiel sporen en geen voetstappen. Daderinformatie. Dát wilde de politie niet in de krant. Met ons praten helpt. Fotografen zijn best gevoelig voor dit soort info.
Koud terug van het feestje in Berlijn ontstond er een ander oproer waar ik popelde om erheen te gaan: In Roemenië had dictator Ceausescu duizenden mensen laten executeren door de Securitate, de geheime politie, die in Timisoara een opstand neersloeg. De megalomane Ceausescu, hij woonde in een paleis dat ongeveer het grootste gebouw ter wereld was,
probeerde te vluchten en werd uiteindelijk na een kort proces ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Het leger stond echter achter het volk. Met Havenloods verslaggever Robert Bas, die een Roemeense vriendin had, reden we zo rond 20 december 1989 in mijn oude rode Toyota Starlet door Duitsland naar Oostenrijk waar we na de eerste etappe in het appartement dat mijn ouders huurden in Oostenrijk konden overnachten. De volgende morgen bleek er echter een meter sneeuwgevallen. Alle wegen onbegaanbaar. Dan maar een dagje skiën. Volgende ochtend reden we door Oostenrijk naar het Hongaarse Boedapest. En dag drie naar de grens met Roemenië. In die tijd had je nog een bende stempels en visa nodig om door Oostblok landen heen te rijden. Hongarije bleek aan de grens te regelen maar een visum voor Roemenië, geen idee. Proberen maar. Het was midden in de opstand. We hoopten dat de grensbewaking andere prioriteiten had.
De grenspassage was inderdaad een peulenschil. Er stond ook een Rode Kruis transport te wachten. Daar hebben we maar aangehaakt. Ook voor een beetje bescherming. Met zo’n geel kenteken val je wel op.
Een paar kilometer na de grens kwamen we in Arad, een grote plaats. Vies, grijs, en grauw. En puin.
Langs de kant van de weg veel mannen met wapens, veelal jachtgeweren. Maar het zag er niet vijandig uit dus gingen we verder naar Timisoara.


Maar we hadden teveel oog voor de omgeving, zowel Robert als ik hingen links en rechts uit de autoraampjes om te fotograferen. En plotseling misten we het voor ons rijdende Rode Kruis transport. Oeps. Even niet opgelet. Effe stevig gas geven en net voor de stadsgrens reden ze weer voor ons. Bij het ziekenhuis werden de goederen en medicijnen uitgeladen en liet men ons het ziekenhuis zien.

Een burger was in zijn bil geschoten. Hij had nog geluk gehad.
En een gewond kind mocht even het geweer van de soldaat die het ziekenhuis bewaakte vasthouden.
Plotseling rende al het verplegend personeel naar een klein kamertje waar een nog kleinere tv stond. Rechtstreeks verbinding met de executie van de dictator en zijn vrouw. Er ging een gejuich op.
We konden een kamer krijgen in het Intercontinental Hotel. Op zes hoog stonden wat schotelantennes van CNN, wij lagen op de vierde verdieping. Met schoenen en kleren aan achter de dikke gietijzeren Oostblok verwarming. Er klonken schoten buiten, de Securitate was kennelijk nog actief, met lichtspoormunitie probeerden ze de schotels van CNN van het dak te schieten.
De volgende ochtend reden we de stad maar eens in. Een stad in revolutietijd.


Hoe raar ook, de kranten verschenen gewoon. En werden uitgespeld.
Bij het rondrijden zagen we een groep mensen langs de kant van de weg staan, even buiten een begraafplaats. En er kwam een open vrachtwagen met een tiental doodskisten erop. Het waren slachtoffers die tijdens een demonstratie gewond waren geraakt, door de Securitate uit het ziekenhuis ontvoerd, gemarteld en vermoord. Zoals ze op het journaal zeggen: De volgende beelden kunnen als schokkend worden ervaren. 


De oom die het uitlegde in arm- en beengebaren en een beetje Duits en Engels vertelde dat dit de vader was van de vermoorde man. Zij wilden dat ik dit fotografeerde en dat dit in het buitenland bekend moest worden. Ik had er eigenlijk niet zo’n trek in maar kreeg een (zachte) schop om het wel te doen. Op de terugweg ben ik in München langs de Bild gereden, toch wel een Duitse sensatiekrant, maar die wilden het niet hebben. Te gruwelijk. Daar kan ik ze alleen maar gelijk in geven. Maar ik heb het geprobeerd.
Ik kachel lekker met mijn campertje door Frankrijk heen als ik in het fraaie dorpje Gordes plotseling in een ooghoek vrachtwagens zie uitladen. Een filmset. Statieven, kabels, kisten, de hele rataplan.
De camper geparkeerd en maar een wandeling gaan maken. Inderdaad een filmset. En even later zie ik Russel Crowe handtekeningen uitdelen aan wat voorbijgangers. Ik was midden in de opnamen van de film ‘A Good Year’ terechtgekomen. Zo zie je nog eens een bekendheid in het wild ;-) De foto verkocht trouwens goed in zijn geboorteland Australië.


Filmsterren in het wild zijn altijd wel leuk. De redactie van het RD kreeg eens een tip dat Brad Pitt in Rotterdam was gesignaleerd. Ja tuuuurlijk…. Maar goed, ik ging op zoek. Hij zou op bezoek zijn bij architect Rem Koolhaas. In de miezerregen parkeerde ik voor het pand van Koolhaas. Onder in die flat zat een politiepost. Na een uur of wat liep ik maar de post binnen en vroeg de dames aan de balie of zij toevallig die bekende Amerikaanse filmster gezien hadden. ‘Wie dan? ‘ vroegen ze. Toen ik Brad Pitt zei stoven ze allebei naar de voordeur. ‘Waar dan?’ . ‘Jaa. Dat had ik graag van jullie willen horen’. Pech, ze wisten van niks. Ik liet mijn visitekaartje maar bij ze achter en ze beloofden me te bellen als ze iets hoorden. Wat later zag ik, ja, het leek wel de glazenwasser met zijn helper, twee mannen het pand uitkomen en de hoek om slaan. Toch even snel een foto gemaakt. Ik kende Koolhaas niet en Pitt alleen maar met heeel lang haar.
Vijf minuten later belden de dames van het bureau: ‘We horen net van de wijkagent dat ie met zijn auto is weggereden….’ Toch ! ‘Met de moed der wanhoop vroeg ik nog ‘Jullie hebben zeker geen idee waarheen ?’ Ja, wel dus: naar de Kunsthal. Een route uitkiezend met zo weinig mogelijk stoplichten scheurde ik naar de Westzeedijk. Daar stond een hele dikke BMW op de laad- en loszone. Dat zou hem wel eens kunnen zijn. Maar niemand in de buurt te bekennen. Schichtig achteromkijkend liep ik naar de kassa en vroeg of zij iets wisten. ‘Nou, ik mag het eigenlijk niet vertellen maar loop maar even buitenom naar het restaurant beneden.’ En daar binnengekomen zie ik Koolhaas, wat studenten en Brad Pitt. Eerst met zijn rug naar mij toe (schijnen celebrities altijd te doen om niet herkend te worden) maar toen iedereen naar mij keek draaide hij zich ook om. Klik. Hebbes. Ik had in ieder geval 1 foto dus ik kon me wel veroorloven om nu naar hem toe te lopen, een hand te geven (heb ik van m’n (h)ex een week niet mogen wassen) en te vragen of ik na afloop wat foto’s mocht maken. Ja, dat was oke maar hij ging niet poseren. Oké hoor ;-)
Ik ging dus maar bij het Natuurhistorisch Museum ertegenover op het stoepje wachten tot ze weer naar buiten kwamen. Daar kwamen twee Noorse toeristen op me af met de vraag wat ze in de buurt nog meer konden zien. ‘Nou zeg ik, daar links zijn onze Kroonprins en Maxima op bezoek bij museum Boymans (daar stond onze Fred te fotograferen), en hier rechts is Brad Pitt op bezoek. Je zag ze kijken. Die fotograaf is knettergek. Maar de man kon het toch niet laten en ging even om de hoek kijken en kwam met flitsende ogen weer naar buiten. Ja, dat zei ik toch ;-) Tien minuten laten kwam het hele gezelschap naar buiten en kon ik op weg naar de auto nog een leuke foto maken.
Maar het verhaal werd een paar uur later nog gekker. Agent Kees, al eerder genoemd in andere verhalen, moest het Prinselijk Stel na afloop van het bezoek aan Boymans naar de VIP terminal begeleiden omdat ze gelijk door vlogen naar hun vakantiebestemming in Italië. De begeleiders van de DKDB (Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging) liepen daar de VIP ruimte in waar een lange slungelige jongeman rondhing. ‘Wilt u deze ruimte verlaten want onze kroonprins komt er aan.’ ‘Oh, u bent Brad Pitt. Nou, blijft u dan maar.’ Dan vraag je je toch af waar die drie het allemaal tijdens het wachten over gehad hebben. ;-)
De mysterieuze club van 27… Allemaal wereldartiesten die op hun 27e stierven. Zo moest ik in 2004 eens een jazzfestival fotograferen in de Cruiseterminal op de Rotterdamse Wilhelminakade. In een niet al te groot zaaltje trad een toen nog relatief onbekende zangeres op. Net als van de andere artiesten maakte ik er een paar foto’s van die in mijn archief werden gezet. Toen een nieuwe medewerkster een jaar of zeven later eens door het archief aan het zoeken was riep ze in 1 keer: ‘HEB JIJ AMY WINEHOUSE????’ Zij was een fan maar ik dacht: ‘Who the fuck is Amy Winehouse?’. Wist ik veel. Ik had nooit een radio aan in de auto, altijd de politiescanner. Een paar weken later ging Winehouse dood. Toen wilde ik ook de andere foto’s opzoeken die ik in 2004 gemaakt had en bleek dat CD’s geen goede opslag methode waren om niet gebruikte beelden op te slaan. Na een dag stampen kon mijn computer er nog vier of vijf beeldjes vanaf halen. De andere vermoedelijk 50 beelden waren voor altijd verdwenen.

Of die bekende Nederlandse artieste Vanessa, Connie Breukhoven. Zij trad op in een kroeg op de Vlaardingse Oosthavenkade.
Na afloop wilde ik nog een portretje van haar maken want ze was ‘hot’ die tijd. Toen was er nog niks aan verspijkerd. In de kelder waar haar omkleedruimte was stond een grote ‘kleerkast’ de deur te bewaken. Hij riep om de hoek van de deur ‘Ik heb hier een fotograaf die even een portretje wil maken’. ‘Stuur maar naar binnen’ kwam er achter de deur vandaan. Ik liep naar binnen en daar stond ze alleen in een onderbroekje. ‘Oh, ik zal even iets aantrekken’. Ik was nog een beetje groen toen. Had ik maar….. ;-)
Op de Uitweg werd de Rotterdamse Bingokoning Johan Bestenbreurtje achter het stuur van zijn auto op Mexicaanse wijze door een voorbijrijdende motorrijder doodgeschoten. Zijn vrouw zat naast hem. Het bleek te maken te hebben met een eerdere schietpartij op het station in den Haag waarbij ene Willem Scheffer om het leven kwam, de Háágse Bingokoning. De dader bleek later de broer van Scheffer. Het was de eerste drive-by liquidatie in Nederland.
De vluchtmotor en het wapen werden na een grote ME zoekactie teruggevonden in een sloot, een paar kilometer verder. 
Weinigen weten het maar wij hebben in Vlaardingen 5000 mensen van Palestijnse afkomst, zo’n 7 procent van de bevolking. Het beste Italiaanse restaurant wordt niet gerund door een Italiaanse maar een grote hele lieve Palestijnse familie. In al haar wijsheid besloot een delegatie van de Vlaardingse gemeenteraad in oktober 1988 eens te gaan kijken in Israël om te kijken hoe de familie van de Vlaardingse Palestijnen werden behandeld. Nou, ik zal het alvast verklappen: ik ging er redelijk pro Israël heen, Ik zal niet zeggen dat ik Hamas of Fatah fan geworden ben maar ik ben wel heel erg anti Israël geworden. Alles wat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog de joden aandeden, doen de Israëliërs nu precies hetzelfde richting de Palestijnen. En zeker het laatste jaar. Ze geven zelfs gewoon toe dat ze alle Palestijnen weg willen hebben. Dat is gewoon deportatie. En uitroeien, genocide. En ja, de Palestijnen zijn ook geen lieverdjes maar, wat wil je als je land in 1948 werd ingepikt en je huis in 1967. We hebben er genoeg Palestijnen gesproken ja. De man die de sleutel van zijn villa aan de overkant van de straat nog had maar waar ie niet meer geweest was sinds in ’67 er een kudde zwaar bewapende Israëliërs op de stoep stond met de mededeling: ‘Dit is nu van ons’. Mensen willen overal alleen vrede en rustig leven.
Het gezelschap bestond uit raadsleden als Jan Bulva van de VVD, ooit zelf gevlucht voor de Russische tanks in Praag, John Ranshuijsen van de PvdA, zijn vrouw Atie , overigens van D66, PSP/PPR/CPN raadslid Jan Vons, Remi Poppe van de SP , Vlaardingse huisarts Thea Jansen, Peter de Lange van het RN, Ad Hoogerwerf van het Vrije Volk, regelneef George Herders en ik. En twee Vlaardingse Palestijnse jongens Amin en Jamal. Die werden bij aankomst op het vliegveld, ondanks hun Nederlandse paspoort, gelijk apart gehouden en tot in hun holnaad bekeken of ze niks bij zich hadden. 
Wat dan….? Zo begon het al. De toon was gezet. Een vooruitgeschoven Vlaardinger had al kwartier gemaakt, programma, hotel en busvervoer geregeld.
Ik moest zelf twee dagen eerder dan de rest naar Israël want het vliegtuig waarmee de rest van het gezelschap ging was volgeboekt. Ach, heeft ook zijn voordelen, ik kon lekker alvast aan de slag, een Israëlische perskaart regelen en kijken hoe ik mijn beelden naar Rotterdam kreeg. Bij zowel het Vrije Volk als het Rotterdams Dagblad verwachtten ze elke dag foto’s. Dat moest uiteindelijk gewoon per post want een fotozender gebruiken bij een collega of krant daar was een te dure grap. In de dagen daarna bezochten we een ziekenhuis waar kinderen lagen die met scherp beschoten waren toen ze met stenen naar een tank gooiden. Dan ben je toch een beetje de weg kwijt als militair. 
Op dag drie of zo, we hadden een lange tocht gehad, hoorden we bij terugkomst in het hotel dat er in Jeruzalem een buitenlandse fotograaf was neergeschoten. Ik ben maar snel naar huis gaan bellen om ze gerust te stellen want daar was het bericht ook al aangekomen. Gelukkig, ik was het niet. We ontmoetten veel mensen en maakten veel mooie verhalen.

We zagen de ‘nederzettingen’ waar godsdienstfanatieke Israëliërs de Palestijnen in de Westbank wéér verdreven en de grond weer inpikten. Tot de dag van vandaag trouwens.
We kwamen in Oost Jerusalem bij een begrafenis van een die ochtend doodgeschoten Palestijn. Niemand kon ons vertellen waarom hij sowieso beschoten was.
De Israëlische militairen zag je overal. Zwaar bewapend . Op zaterdagavond zag je ze, met UZI over hun schouder, gewoon op de dansvloer van de disco. Kafka. Triggerhappy. Dat bleek begin april 2025 maar weer toen ze 15 geneeskundigen in auto’s met blauw zwaailicht vermoorden. En hun lijken in een massagraf verborgen. Het leger zei dat ze in het donker reden en daardoor verdacht waren. Ammehoela. Een filmpje bewees dat ze alle lampen aan hadden. Het IDF zijn oorlogsmisdadigers. 
Op een moment kwam ons een open truck tegemoet met protesterende (ongewapende!) Palestijnen. Het was hun manier van demonstreren.
En even later ging de achterruit van onze bus eruit. Palestijnse kinderen langs de kant van de weg zagen een geel nummerbord (Israëlisch) en dan is een steen gauw gepakt. De hele bus was gelijk weer wakker. We hadden gewoon een busje met blauw nummerbord (Palestijns) moeten hebben maar daar was niet echt over nagedacht. De kinderen wisten zo niet dat wij ‘friendly’ waren.
We zagen de vluchtelingenkampen waar de Palestijnen wonen.
Als er een nieuwe controlepost gebouwd wordt door de Israëliërs en er wat Palestijnse huizen in het blikveld staan, en die worden dan gewoon plat gebulldozerd. Hoe krijg je mensen pisserig.
En laat ik erbij zeggen. Ik ben het absoluut niet eens met wat de Palestijnen vorig jaar 7 oktober deden op dat muziekfestival maar ergens begrijp ik het wel. Als je volk sinds 1948 al belaagd wordt door mensen die met een groot sprookjesboek in hun hand alles van je afnamen dan ontploft de boel een keer. De Verenigde Naties hebben honderden resoluties aangenomen tégen Israël en er is er geen enkele uitgevoerd. Ik zeg: Gajes is niet voor niets een Hebreeuws woord. Zoals ik al zei: Ik ben geen Israël fan. Maar dat mag je in Nederland dan weer niet zeggen. 


Dat gedonder daar gaat nooit meer goed komen :-( Maar ik hoop oprecht dat er wat mensen door het Internationaal Gerechtshof veroordeeld gaan worden.

en moesten langs de dokter. ‘Bent u gezond? Nee, wat, Pfeiffer? Je had gvd helemaal niet mogen komen’. Tja, dat wist ik ook wel. Nou, ga je kastje maar inruimen
en kom morgen maar terug. Dat was mijn enige nacht in de kazerne. Lang verhaal kort: ik moest een paar keer een dag terugkomen, bloedprikken en…. Ja, ik ben nog zo moe. Nergens last van maar dat ging ik de dokter niet vertellen. Kortom : Ga maar thuis uitzieken dan. En toen vergaten ze me. Tot 5 december. Kom ik thuis van een klusje, ligt er een oproep van de militaire arts in de brievenbus.
Nog mazzel want als ik thuis had staan klussen was ik goed de pisang geweest. Maar ik moest wel gelijk naar de Kazerne in Ede. Kom ik daar om 5 voor 4 aan bij de dokter en zegt die arts daar: ‘Ja, het is Sinterklaas. We gaan allemaal een uur eerder naar huis. Kom morgen maar terug.’ En ik ging weer lekker naar huis. Ik fotografeerde me intussen het ongans voor het plaatselijke sufferdje en was lekker bezig. Op een ochtend werd mijn nieuwe bij Wehkamp bestelde scanner geleverd en zodra ik de stekker in het stopcontact deed ging ie blèren. Er bleek, nota bene bijna aan het eind van mijn straat, een trein van de spoorbrug te zijn gevallen. Nou, de scanner deed het ;-) Brandweer en politie kwamen in actie. Maar ze waren er nog niet.
Aangekomen ging ik de trein fotograferen toen ik me plotseling bedacht: ‘Shit, er zitten natuurlijk nog passagiers in’. Gauw naar de andere kant van de haven en ik klom met de net aangekomen brandweer op de trein. Het was allemaal zo kort geleden gebeurd dat de hulpverlening nog moest beginnen. De brandweer sloeg ruiten in en liet ladders zakken. Omstanders hielpen met het omhoog halen van de passagiers. Gelukkig waren er zelfs geen gewonden. Alleen heel veel erg geschrokken mensen. En een trein en een brug total loss.


Ik moest de kranten wel vragen om mijn naam er niet onder te zetten want ja, in Ede lazen ze ook de Telegraaf en het AD. Een aantal maanden later kwamen ze er op de kazerne ook achter dat ze niet veel meer aan me hadden in de resterende van de 14 maanden dienstplicht en ik werd met groot verlof gestuurd.
Bedankt nog dokter Leijnse , 14 maanden bespaard ;-). Later op de dag kreeg ik bij het bergen van de trein nog wat onenigheid met brigadier B. Die vond dat ik maar op moest rotten en duwde me over de afzetting.
Camera kapot. Klacht ingediend. Hoofdinspectrice Marianne Ekels moest de zaak afhandelen en in die tijd had de politie altijd gelijk . Ik had dus moeten weggaan. Niet dus, zeker niet waar mijn collega’s wel mochten blijven. De verzekering betaalde gelukkig de camera maar waar politie-brigadiers normaal net voor hun pensioen nog even gepromoveerd werden tot adjudant, dit uiteraard voor een paar centen meer pensioenuitkering, ging brigadier B. gewoon als brigadier met pensioen. En werd Ekels later wel korpschef in Gorinchem maar geen commissaris zoals in elke andere gemeente. Zou het allemaal met mijn zaak te maken hebben gehad ? Of kwam het in Ekels haar geval doordat in Gorinchem de plaatselijke snollen politieauto’s als taxi misbruikten. We zullen het nooit meer weten ;-) Over die diensttijd nog wat: Nadat ik met groot verlof was gestuurd ging ik het weekend erop een basketbalwedstrijd fotograferen in Arnhem. Ik liep de zaal binnen en toen bleek dat de administrateur van de kazerne in zijn vrije tijd het team van Arnhem coachte…. Oeps. Snel omgekeerd en wegwezen. Hij had me gelukkig niet gezien.

Oke , dan ga ik toch door de weilanden. ‘Dat mag óók niet want dat is van een boer’ . Ja ammehoela. Dus ik blufte terug: ‘Die heb ik net gebeld en die had geen problemen. Doeii.’ En ik tijgerde nog een tijdje door tot ik plotseling boven in een boom waar ik onderdoor liep twee mannenstemmen hoorde. Dat waren twee nou ja, nieuwsgierigen, zal ik maar zeggen. ‘Zien jullie iets daar?’ Ja hoor, achter de bomen ligt ze. Ik klom, geholpen door de mannen, de boom in en kon daar over het hek foto’s maken van het wrak, en de 27 lijkzakken van de dodelijke slachtoffers. Over het falen van de autoriteiten bij deze crash is later nog wel wat meer bekend geworden. Maar ik moest terug. Terug naar mijn auto en terug naar mijn donkere kamer.
Uiteindelijk bleek ik als enige fotograaf foto’s te hebben. De censuur die de politie en de militairen me wilden opleggen was mislukt. Ik heb later nog een klacht ingediend omdat de politie me niet had mogen tegenhouden. Ik heb daar schadevergoeding gekregen waarmee ik een fonds heb opgezet waar ik lang andere fotografen mee heb bijgestaan in rechtszaken.







Na enige tijd kwam bij de plek waar de gewonden bij elkaar werden gebracht, onder zware beveiliging, de Israëlische ambassadeur aan.
In het onderzoek naar de oorzaak kreeg ik trouwens jaren later nog de AIVD op mijn stoep of ik de beruchte ‘mannen in witte pakken’ had gezien daar. Ja, uiteraard. Dat waren de rechercheurs in weggooi overalls. Raadsel ook weer opgelost.
Na een paar uur kon ik, toen de rook was opgetrokken, een foto maken van het gapende gat in de flat. En besloot op zoek te gaan naar een taxi. ‘Heb jij je paspoort bij je? Ja?, oke. Hier heb je drie filmrolletjes, op dit adres in Parijs afleveren, daar kan je afrekenen’. En de chauffeur ging op weg. Een ritje van 800 gulden. Later hoorde ik dat hij om tien voor acht de films afleverde. Net op tijd. 

Op de RDM werf op Heijplaat werd een onderzeeboot gebouwd. Hartstikke geheim natuurlijk. De werf was zwaar beveiligd. Niemand erop en niemand eraf zonder checks. Totdat er brand ontstond op de duikboot. Tussen twee brandweerwagens in reed ik het terrein op. Ja, mijn auto’s hadden altijd maar drie eisen, moesten gas kunnen geven, remmen, en brandweerrood zijn. Ik kon een foto maken, werd in mijn kraag gepakt en met dezelfde vaart weer van het terrein afgegooid. Maar ik had ‘m wel. Niet dat er veel te zien was, zelfs geen rook. Ook hier was Paul Stolk me trouwens ook te slim af. Hij had niet meer dan ik maar hij had gewoon een bootje van de roeiers gecharterd en fotografeerde de duikboot vanaf de waterkant.










Ger, hij kwam soms wat langzaam op gang. Toen er twee trams op elkaar klapten op de Vierambachtsstraat was er geen voorlichter te vinden.
Ik belde Ger die op het bureau zat: ‘Ger, je moet hier heen komen want er staan twee trams op elkaar’. Ger: ‘Nee joh, er is niks aan de hand. Klein botsinkje.’ Ik: ‘Ger, je moet hier heen komen, de gewonden liggen in bosjes op de stoep’. En nog had ie geen zin om te komen. 


Pas na een uur of wat kwam ie opdagen en moest toen toch wel toegeven dat ie het onderschat had.




‘Zooo, dat is een ernstige deuk’ zei de rechter en hij schoof de afdruk ook door naar de OVJ. ‘Meneer de Officier, vertelt u het maar’. Nou die arme OVJ kreeg precies 30 seconden voor de rechter zei: ‘Meneer de OVJ, stopt u maar. Mijnheer Dijkstra, ik doe gelijk uitspraak. Deze overtreding is niet begaan, u krijgt uw 60 gulden borg terug en ik veroordeel het Openbaar Ministerie tot het aan u betalen van 100 gulden schadevergoeding wegens de u toegebrachte overlast.’ Yessss…. Ik ging uiteraard jodelend de rechtbank uit. Intussen ben ik er ook achter dat je zelf bepaalt of je bestemmingsverkeer bent. Altijd. Als jij vindt dat je er moet zijn, desnoods om te pissen, dan ben je bestemmingsverkeer. Best handig om te weten. Van elke 10 bekeuringen die ik kreeg stuurde ik er 8 terug, er mankeerde altijd wel wat aan. En die twee die over bleven, ach, collateral damage.
Zo ook bij deze aanrijding op het Kleinpolderplein die de hele weg blokkeerde.
Maar ‘s-nachts was het bal. Bij houthandel Abraham van Stolk , hemelsbreed tweehonderd meter verder dan die aanrijding brak na middernacht een enorme fik uit, zo erg dat de politie vol werd opgeschaald omdat de gevangenis de Schie ontruimd zou moeten gaan worden vanwege de rook die door de ventilatie naar binnen werd gezogen. De gevangenen zaten hoestend en proestend binnen. Dan kan je natuurlijk niet een paar RET bussen laten komen en de gevangenen opvangen in het buurthuis. Gelukkig draaide de wind en werd er niet ontruimd. Het hout brandde nog dagen .












Nog geen paar weken later zien bewoners een slang in de achtertuin, ook in Schiedam. Met een hark en een visnetje wordt ie in een vuilnisbak gewerkt. En de grootte werd nog even aangegeven. ‘Ja schat, ik heb zooo’n grote vis gevangen.’ Visserstaal ;-)
En een dag later hoor ik over de mobilofoon: ‘Bel Dijkstra even, we hebben een slang hier op het bureau’. Ik weer laagvliegend naar de Lange Nieuwstraat. Op de binnenplaats weer een vuilnisbak, die gaat open …. en er komt een tuinslang uit. Geintje ;-)

Er zaten er soms tussen waarvan ze zelfs in Blijdorp in de boeken moesten zoeken om te kijken of ie giftig is. Intussen weet ik wel dat alle ‘sidewinders’, slangen die opzij bewegen ipv naar voren altíjd giftig zijn.
Nou, vooruit, nog een dan. In Maassluis. Op de laan 40-45 waren wat plantsoen medewerkers aan het schoffelen en die zagen een slang in het gras. En ik kwam daar net voorbij. Dan de brandweer maar even bellen die met scheppen ging graven waar ie verdwenen was. Ze wilden ons eerst niet geloven maar even later kwam er toch een rode rattenslang tevoorschijn. Niet giftig, zeggen ze. Maar ze kunnen vast gemeen bijten.
Echt een paar seconden voor ie op de Bartel Wiltonkade tegen de kant zou slaan en op de huizen zou omkiepen kwam er een duwboot, daar sprong een echte held over van de duwer naar het ponton en wist een kabel te leggen. Dit had heel anders af kunnen lopen.
Dus, voor de foto liepen we over de markt waar alle vrouwen even moesten voelen. ‘Lekker stofje , was het antwoord’ ;-)
Persvoorlichtster Christel wilde er met de eer vandoor gaan. Die kreeg complimenten van de commissaris dat ze het allemaal zo goed geregeld had. Wij wisten wel beter. Totdat ze het zelf in de krant las wist ze van niks. Bij een overval op de Rotterdamse Industrieweg belde ik haar een keer om nadere info. ‘Er is geen overval, Roel’. Nou, ik stond voor de deur, samen met wat dienstauto’s. En zij maar blijven ontkennen. Nou kan je als voorlichter zeggen: ‘Ik kan niks vertellen’ of ‘Ik mag niks vertellen’. ‘Ik weet het niet’ is al minder want het is je job om het te weten, maar liegen is dodelijk . Dat kan je 1x doen als voorlichter en dan is het over. Onbetrouwbaar. En toen ze bij de crash van het zweefvliegtuig in Rhoon het nuttiger vond om eerst een Engelse krant te woord te staan en geen tijd had voor het RD, tja, toen was het over.
Dat liep een paar jaar eerder wel anders. Engelse supporters sloopten ook een trein maar die gasten zijn zo idioot dat ze zelfs naar de ME gingen schoppen.
Of nog eerder, supporters die boven op een bus gingen zitten. Met die tram-bovenleidingen waar 400 volt op staat was dat niet zo handig. De ME moest ze eraf slaan.
Het bleek later crimineel Eric Jan Quakkelstein te zijn. Over deja vu’s gesproken. Een paar jaar later, ik zit weer dia’s uit te zoeken, komt precies dezelfde melding. Flikt ie het weer. Ik weer laagvliegend naar de Hoek. En later doet ie het nog eens bij de GWK op Rotterdam Centraal. En toen ie gepakt was ontsnapte ie later weer uit bajes de Schie.
‘Loop maar mee’ zei ie en we gingen met de lift naar het dak. Mooie actie gefotografeerd. Als James Bond fan denk je : Als je het rode lampje ziet, dan ben je te laat. Ik weet nu dat je er twee ziet ;-)


Ik had nog steeds geen flauw idee wat er aan de hand was. Ja, 9-11 was net achter de rug dus ik vermoedde dat er een dreigingsmelding bij de politie was binnengekomen. Het was overduidelijk geen oefening. We hadden al digitale camera’s waarvan de resolutie overigens niet te vergelijken was met wat camera’s tegenwoordig kunnen. Maar met mijn laptop op m’n motorkap wist ik binnen vijf minuten een paar hele lage resolutie foto’s naar de krant te krijgen. Voor de kenners: 145 kb, photoshop compressie 0. Hij stond paginabreed op de voorpagina die middag. En van die lage resolutie? Je zag er echt niks van.


Er was geen andere oplossing dan zo snel mogelijk het dier afschieten maar door een hek heen schieten is mogelijk niet zo verstandig als je een spijl raakt.
Uiteindelijk ging ie zonder verdere ongelukken toch naar het slachthuis.


Hij zag een vrouw naar buiten komen met een camera om haar nek. ‘Weet jij wat er gebeurd is?’. Er bleek een gorilla, Bokito, te zijn ontsnapt.
‘Heb jij het gezien?’ vroeg Fred, en toen het antwoord ja was vroeg hij: ‘Heb je ook foto’s?’ ‘Ja’, en de vrouw begon op haar camera te bladeren. Er stonden wat andere fotografen omheen en die zag je denken , ‘Bewogen, te ver weg, niet scherp’, Dat gaan wij zo meteen wel beter doen. Maar niemand kwam natuurlijk Blijdorp meer in, behalve die brigadier met die karabijn die Bokito moest omleggen.
Fred zei: ‘Die willen wij wel voor de Telegraaf hebben. ‘ en begon met mij te bellen. Bij het horen wat de Telegraaf bood hoorde ik haar twijfelen door de telefoon dus ik zei: ‘Dat is alleen voor Nederland, in het buitenland gaan we er op 50/50 basis nog wat voor je proberen bij te verdienen’. Fred kreeg het opslagkaartje van haar en scheurde naar kantoor. Ja. Wat zal ik zeggen. Je bent een volwassen gorilla van geslachtsrijpe leeftijd. En drie of vier keer in de week komt een vrouwtje door je raam handjes geven en kusjes geven…. En dan ben je een keer in je buitenverblijf en dan zie je haar lopen. Ze hebben je verteld dat je 2 meter water eng vindt dus de gracht is 3.5 meter breed en er is ook nog schrikdraad. Maar hij nam een aanloop. Greep de vrouw, beet haar 60 keer , sleurde haar over het pad, scheurde haar kleren van haar lijf… Ik was een dag later bij haar in het ziekenhuis, het zag er verschrikkelijk uit. En toch, ik had 1 vraag, maar ik durfde hem niet te stellen…..
De aap werd door die brigadier uitgeschakeld met een verdovingsgeweer en werd volgens zeggen even later in een kruiwagen teruggebracht naar zijn verblijf. Er waren agenten die daar foto’s van maakten met hun telefoon maar er kwam een decreet van de hoofdcommissaris: Wie een foto naar buiten bracht zou ontslagen worden. Ik heb er inderdaad nooit een foto van gezien.
Ondanks alles was het toch reclame voor Blijdorp. De hele wereld wist plotseling hoe de Rotterdam Zoo echt heette. Mevrouw de Horde heeft schadevergoeding gekregen en in 2023 is Bokito plotseling overleden.
Een agent ging me te lijf en ik werd weer eens aangehouden en in het busje gestopt. Bij het rollebollen brak de flitser van mijn camera af. Na een half uur of zo hadden ze 100 meter van de aanrijding af een lintje tussen twee bomen gespannen en daar moest ik achter gaan staan. Niet dus. Thuis gekomen heb ik nog snel een foto doorgestuurd naar wat kranten. De volgende dag belde de voorlichter van de regio me op en hij wilde met de baas van de agent even langskomen. Om verontschuldigingen aan te bieden. Nou, daar doe ik dan niet moeilijk over. Ik vroeg bij de koffie met koek toch nog eens even wat de reden was van die agent om zo uit zijn stekker te gaan. Meestal vonden ze dat ze censuur moesten plegen omdat wij dan ‘vieze dingen’ fotografeerden. Lijken en zo. Ze meenden dan te moeten voorkomen dat de familieleden in de krant moesten zien wat er met de slachtoffers gebeurd was. Terwijl ónze ervaring juist was dat familieleden gráág foto’s wilden zien omdat ze juist wílden weten hoe het gebeurde. De volgende dag stond de foto in het Reformatorisch Dagblad. Behoudende krant dus,…. zo erg kon mijn foto nooit geweest zijn. De reden van déze agent was nogal apart. Hij had last van mijn flitslicht. Jaja,… vijf brandweerauto’s, drie ambulances en vijf politieauto’s eromheen. Allemaal met zwaailicht. En dan had ie last van mijn flitser. Onzin dus. En de voorlichter kwam eigenlijk alleen het adres brengen waar de reparatierekening heen moest.
Op een avond werden alle ruiten van een politieburgerauto ingegooid en toen was de maat vol bij hoofdinspecteur Gijs Bierling.
Uitgerekend op een avond dat ik niet kon gaan kijken kwam er een enorme politie-inzet met geleende open ME jeeps zoals ze die in den Haag hadden. Vier politiemensen in de achterbak met lange knuppels en die mochten vrolijk om zich heen slaan. Collega Paul Stolk die er tussen liep werd knock-out geslagen door een Schiedamse agent die niet zag dat Paul fotograaf was. Ik heb de agent en Paul later nog wel eens aan elkaar voorgesteld, ze hebben er nog lang om gelachen. Na die avond was het trouwens voor altijd over met de rellen.


De maandag erop moest ik met Jolande naar Antwerpen. Op zoek naar het ‘leven’ van Hansje. Modezaak in, modezaak uit. ‘Kent u Hansje Boonstra?’, en dan kwam er als antwoord: ‘Vast wel, maar heeft u misschien een foto van haar?’ En dat was Jolande vergeten. Dus ik vraag het faxnummer van de modezaak en bel naar de fotoredactie of ze asap een foto van Hansje uit het archief kunnen vissen en naar Antwerpen kunnen faxen. Nou, dat duurde even en Jolande beende onrustig de winkel weer uit. Zonder foto. Dan maar op weg naar Brasschaat waar Boonstra woonde. Een mega villa in de bossen en we waren helaas niet de eerste. Jolande, eigenwijs als ze was, liep gewoon naar het hek en belde aan. Er komt een man naar de poort die plotseling zegt ‘Jolande ??’ Wat bleek, de huisbewaarder was haar oude paardrijleraar. Het hek ging open en tot stomme verbazing van het hele zooitje pers ging Jolande naar binnen en kwam anderhalf uur later met het complete verhaal naar buiten. Toch nog een primeur. De ontvoering is nooit opgelost. Ik ben er van overtuigd dat bij de modezaken in Antwerpen informatie is blijven liggen. Maar als het uiteindelijk toch opgelost wordt dan gaat Jolande het doen.

De mensen van de hotelreceptie hadden het gelukkig te druk met andere dingen dan me weg te sturen. In de tuin zag ik dat de halve gevel eruit geslagen was. Ik liep met de chef recherche in de tuin rond. Hij was meestal blij dat ik er eerder was dan zijn forensische opsporing fotograaf en dus vaker foto’s van me kreeg waar te zien was hoe iets was begonnen. Ik kreeg dus soms wat ruimte op PD’s. Het hele interieur van de kamer lag in de tuin. Het kraakte onder mijn voeten. Totdat ik er achter kwam dat ik op losse onderdelen van een Bulgaarse terrorist stond die door een fout zichzelf waarschijnlijk opgeblazen had. Botjes dus. We zijn er nooit achter gekomen wat het echte doel van de geplande aanslag was. Mijn schoenen heb ik thuis gelijk weggegooid.


In Spangen werd de overlast op een moment zo groot dat de bewoners de buurt blokkeerden zodra er Duitse, Belgische of Franse kentekens de wijk in wilden.
De pers werd uitgenodigd voor een persconferentie op bureau Marconieplein. ‘En neem vooral je fotograaf mee’ werd door de persvoorlichters meegegeven. De 25 man pers werden na de persconferentie in vijf groepjes verdeeld en we gingen achter vijf ploegen politiemensen naar panden die bekend stonden als dealpanden. Daar aangekomen ging de deur eruit, stormden de politiemensen naar boven en wij mochten erachteraan.
Ik was nog nooit in een junkenhol geweest. Voorzichtig lopend om niet in naalden te stappen probeerde ik zo veel mogelijk te fotograferen. 
De dagen daarna ging ik met twee politiemensen mee in een burgerauto. We stonden bij de Shell op de Maasboulevard. Daar wachten we op de eerste buitenlandse auto met jongeren erin en volgden we dan. Dan bleek er bij vluchtheuvels op de Maasboulevard en Boompjes types van Noord-Afrikaanse afkomst te staan die een beweging bij hun neus maakte alsof ze verkouden waren. Tja, ik kende dat geheime teken niet maar die junken wel. De auto stopte , de NATOS ( volgens de Amsterdamse persvoorlichtster Elly Lust: Noord-Afrikaanse Teringlijer op Sportschoenen) stapte in en we volgden ze tot ergens in een wijk. Waar aangebeld werd, de NATOS na vijf minuten met z’n bonus weer naar buiten kwam en de junkies een uur of anderhalf wegbleven. Die gebruikten kennelijk wat en als ze weer richting heimat reden werden ze drie straten verder soms met de hand op het pistool klemgereden.
Op het bureau werden ze uitgekleed en tot in hun holnaad bekeken. Daar kwamen hele condooms gevuld met heroïne uit. En ik mocht het allemaal fotograferen. En de volgende ochtend stond het groot op de voorpagina. 
De volgende avond kwam ik weer op het bureau en daar stond een pisnijdige Officier van Justitie. ‘Was dat nou nodig?’ Mijn antwoord was: ‘Ja, ik denk dat het nuttig is dat de burger eens te zien krijgt wat de politie aan de overlast doet.’ De OVJ zei: ‘De burger weer heel goed wat de politie doet’. ‘Nou meneer de officier, gaat u maar weer terug naar uw ivoren toren in Wassenaar waar u woont want u heeft geeen idee.’ Maar hoe dan ook, ik mocht het bureau niet meer in.
De chauffeur voelde echter dat hij gevolgd werd. Ik was op dat ogenblik met verslaggever Ernst Nordholt, de zoon van de Amsterdamse hoofdcommissaris Eric Nordholt op weg naar een melkstaking in Maasland. (Ja, aan de eettafel zullen in Amsterdam best wel vaak gesprekken zijn geweest die noch de ene noch de andere partij kon/mocht gebruiken). Boeren weigerden nog aan de melkfabriek te leveren in verband met de te lage prijzen en verkochten nu rechtstreeks van de koe. De melding over de scanner klonk paniekerig. We zijn bij Schiedam noord afgeslagen en naar de Harreweg gereden. Daar bleek de lijkwagen klemgereden en de kist met het lichaam ontvoerd. Later bleek dat de Pakistaanse familieleden niet wilden dat er in het lijkje werd gesneden.



Later gingen er nog duikers in de vaart zoeken naar het wapen. Alleen…. de brandweer had daar geen tijd voor. Toen belde de politie naar collega-organisatie Koninklijke Marechaussee. Die weer belden naar de Duikers van de Genietroepen. Allemaal dus met gesloten beurzen. En dat was wel nodig want die gasten kregen, bovenop hun wedde (salaris) een toelage van 1 gulden per minuut per meter diepte. Dat ging in de papieren lopen. Maar nu niet meer voor de politie. Het wapen werd trouwens wel gevonden.


Surveillance op de fiets is ook niks nieuws, maar wel op de snelweg ;-)


Wij stonden echter al lekker op de dijk met eerste klas uitzicht. Het werd net licht
en toen gingen bij de eerste woonwagens de deuren eruit. 

Een maarrr….. Toen we genoeg gezien en gefotografeerd hadden en weg wilden lag de politie een beetje dwars. Als ‘wraak’ dat we het wisten mochten we nu niet meer van de dijk af. Auto maar laten staan en met de taxi naar de redactie. Die auto haalden we later weer op. Krant betaalde ;-)
Ik begreep pas veel later dat hij bij zijn hoofdredacteur het dubbele afrekende maar die heb ik in de jaren daarna nog wel teruggehaald ;-) En zo was de nieuwsjager geboren. Ik kocht van m’n eerst verdiende centen een scanner en zodra er iets interessants klonk was ik al onderweg.
Gouwe vent want die begreep het vak van beide kanten. Er was een moord gebeurd en de chef recherche was pisnijdig over al die aanwezige pers want wat bleek, er lag ‘daderinformatie’ in beeld, iets wat alleen de moordenaar wist.
Komt Anne aan en zegt tegen de chef: Dan leg je daar toch even iets overheen, dan maken die gasten hun foto en over vijf minuten heb je er geen last meer van. Tja, het leven kan soms zo eenvoudig zijn.
Plotseling zag ik een paar kinderen in tranen op me af komen. Terwijl andere fotografen richting brand gingen fotografeerde ik eerst de kinderen.
Die brand wacht maar even. Een zwembad. Zoveel water en dan zo’n fik. Hoe dan? Elke brand begint altijd met een vonk. Als je er maar snel genoeg bij bent. De oorzaak bleken: dakdekkers. Altijd weer die dakdekkers. De volgende dag stond de foto met de kinderen in alle kranten. Trouwens, zelfs mijn eigen huis in aanbouw brandde ooit bijna af. Dakdekkers….

Maar later bleek dat de uniformen heel brandonveilig waren en dat door mijn foto in de krant de intendance van de politie wakker was geworden. Snel daarna kwamen nieuwe brandveiligere uniformen.
De politieagent stond er zonder adembescherming naast. Je moet weten dat agenten van de brandweer een bijnaam hadden gekregen: Blauwe reageerbuisjes. Ik had overigens jaren daarvoor al een set perslucht gescoord nadat bij een brand op de Maasvlakte niemand meer weg mocht omdat de giftige rook over de enige weg daar ging. Dat zou me geen tweede keer meer overkomen. Kwam ook hier weer van pas.
en toen zag ik pas twee benen en twee armen onder een rode deken vandaan komen. Daar onder lag waarschijnlijk de ongelukkige lasser die op de niet goed ontgaste tank bezig was geweest. ‘Nu wegwezen’ dacht ik bij mezelf en sprintte weer naar m’n auto. De slagboom was inmiddels dicht maar ging automatisch open toen ik de poort uit wilde rijden. Buiten stonden andere fotografen en cameraploegen die uiteraard niet naar binnen mochten maar ik kon het ondanks de tragedie toch niet laten om even gemelijk naar de collegae te zwaaien. Ze zullen zonder twijfel gedacht hebben ‘Waar komt hij nou weer vandaan?’ Intussen hadden ze op de fotoredactie van de Haagse Courant de kleurenontwikkelaar al opgewarmd , dia’s ontwikkelen kostte net effe meer dan een half uur en de krant zakte over 30 minuten. De dia is waarschijnlijk nog nat naar de drukpers gegaan en stond een uur later op de voorpagina.
De rookwolken buiten waren ook enorm.
Met een ladderwagen werden gelukkig de mensen van het balkon geplukt. Er hoefde niemand te springen.
De kuil die die plof achterliet zegt genoeg over hoe het afgelopen zou kunnen hebben. Persfotograaf…. gevaarlijk beroep.





Maar soms, en een dikke auto helpt dan wel, loopt het beter af. De brandweer was een uur bezig om een dame uit haar autowrak te bevrijden. En omdat het een Jeep was had ze een goede kans. Toen ze los was bleek ze zelfs niet eens iets te mankeren. De GGD-er vond toch wel dat ze even nagekeken moest worden. Zij zag het nut niet. ‘Nou, gaat u toch maar even mee ;-)’. Maar één ding is zeker…. Ik ga nooit tussen twee vrachtwagens in zitten.

En als politieman of vrouw kan je dat ook overkomen. Laag overvliegende zwanen, daar is geen verkeersbord voor.


Militairen maar ook de brandweer Vlaardingen en Schiedam gingen zandzakken leggen langs de oevers.
Ook in het plaatsje Ochten was het bal. Ik kreeg een tip van een motoragent uit Dordrecht dat er iets stond te gebeuren. Alleen daar ter plaatse mocht ik van de ME commandant de dijk niet op. Perskaart had ie niks mee te maken. Ze reden met een bulldozer op de dijk maar ze vonden dat als ik er bij kwam de dijk zou kunnen instorten. Nou ja… Maar dan hadden ze net buiten Dijkstra gerekend. Ik was er alleen dus het had gemakkelijk geregeld kunnen worden. Niet? Dan zal je hem krijgen. Ja, ik had toen ook al een jaar of tien een mobieltje, hoewel dat meer een sjouwable dan een portable was. Ik belde alle collega’s en cameraploegen waarvan ik wist dat ze in de buurt waren met de mededeling: ‘Kom maar naar Ochten want daar staat het te gebeuren, de dijk zal wel doorbreken want mijn 90 kilo kan ie niet meer hebben’. Binnen een half uurtje stonden er 30 collega’s naast me. ‘Voorwaarts, de dijk op !’ Ja, die ene politieman kon die kudde persmuskieten niet meer tegenhouden. Jammer van mijn primeur want dit was de enige plek waar echt iets gebeurde maar nieuws is nieuws ;-)
In Schiedam, Rotterdam, Capelle en Barendrecht stonden op dat zelfde moment nog 4 commandanten 12 vrijwilligers te werven. Ik steek heel voorzichtig mijn vinger op en vraag ‘Vindt u het erg als het er 13 worden ?’ Dat was wel te regelen zei hij. Ik belde als een speer verslaggever Carel van de Velden die als een razende op zijn fiets vanuit Schiedam kwam racen. En zo werden het er 14. Via Dirk Jan kon ik een half brandweeruniform regelen zodat ik niet uit de toon zou vallen tussen die andere 60. En zo zaten we op donderdag in de reguliere KLM vlucht Amsterdam-Sint Maarten-Curacao-Amsterdam.

Van de hele 60 man bleek er nog nooit iemand op Sint Maarten geweest. Ik wel en mij werd gevraagd of ik op de kaart van het eiland de potentiële chaos locaties kon aanwijzen. Ja hoor, daar waren er genoeg van. Maar Philipsburg kwam die donderdag niet in zicht. De KLM captain probeerde contact te krijgen met de verkeerstoren van het vliegveld SMX. Helaas, geen antwoord. Een dag later begreep ik waarom. Het dak van de tower was weggewaaid en er stond een meter water in. Anyhow, de captain vloog maar door naar Curaçao. Eerst een groepsfoto dacht ik, nu we allemaal nog compleet zijn ;-)
Daarna …. wachten…. Er was op Curaçao niet op ons gerekend. Via via lukte het om een leeg kazernegebouw van de landmacht te scoren waar we bekaf na een hele lange dag een bed kregen.

We hadden alleen geen rekening gehouden met de muggen. En die waren groot en met velen.
De 60 brandweermannen bleven nog in de kazerne. Door de ramen van de Hercules zagen we all enorme chaos, Geen dak was heel gebleven. Een kort rondje over de dichtbij gelegen eilanden Sint Eustatius en Saba leerde dat Sint Maarten/Saint Martin de grootste klap had gehad. Ja, dit eiland is de enige plek ter wereld waar Nederland aan Frankrijk grenst. Later hoorden we dat de Franse hulpverleners een dag eerder al, midden in de orkaan, waren gedropt. 
Terwijl alle toeristen in de chaos van het vliegveld weg probeerden te komen, kwamen wij aan. Bijzonder. De storm was donderdagavond gaan liggen en het was nu vrijdagochtend. Iedereen kwam uit de schuilkelders en wilde naar huis. Carel en ik wisten een jeepje te huren waar weliswaar het dak van was weggewaaid maar hij zat wel driekwart vol benzine.
Een probleem. De kopij en foto’s voor de zaterdagkrant moesten 22.00 uur Nederlandse tijd binnen zijn op de redactie. Het was half elf lokale tijd (en al half vier in Nederland). We hadden pakweg zes uur om een stuk te schrijven, foto’s te maken, rolletjes te ontwikkelen en foto’s door te seinen. Nee. Internet en email was er nog niet. Eerst op zoek naar een hotel. Dat was in het Franse gedeelte wel te vinden. De ene helft van hoofdstad Marigot had stroom, de andere helft had telefoon en in het midden had 1 hotel het allebei. Alleen die hadden geen kamers. Een paar huizen verder had een hotel nog wel een tweepersoonskamer. Snel de bagage afgegooid en op zoek naar nieuws. Terug langs het vliegveld naar Philipsburg, de Nederlandse hoofdstad, kwamen we de eerste ellende al tegen. Tientallen jachten van een paar ton per stuk op elkaar gewaaid en lek geslagen. 
Ik had in die tijd een kennis die een half jaar eerder vanuit Nederland was geëmigreerd en nu les gaf op een school. Daar maar eens naar op zoek voor de Nederlandse link. Over omgevallen lantaarn- en elektriciteitspalen rijdend, gelukkig hadden we een jeep en geen luxe personenauto, kwamen we bij zijn huis.
Ik stap uit en hoor van boven: ‘Dijkstra?? Wat moet jij hier ??’ Hij was zijn weggewaaide dak aan het herstellen. Tja, de eerste foto’s en tekst waren gauw geregeld.

Snel terug naar het hotel. Filmpjes ontwikkeld met ontwikkelaar aangemaakt met zwembadwater. Iets anders was er niet. En op naar het grote hotel met stroom en telefoon. Normaal werd er 10 dollar per minuut gerekend (en een foto doorsturen kostte 7 minuten) maar ik mocht het gratis doen. Ze vonden het allemachtig interessant. Ons eigen (hele kleine) hotel was trouwens na een paar dagen ook niet blij meer met ons want dag en nacht werd er voor ons gebeld door de eindredactie. En dan werd de eigenaresse weer wakker en moest de gesprekken doorverbinden. Dezelfde avond kwamen ook de brandweerlieden. Ze hadden aan alles gedacht. Er was van alles onderweg in een Antonov (het grootste vliegtuig ter wereld) maar wat waren ze vergeten? Eten. En nou is er niks zo erg als chagrijnige brandweermannen met een hongerige maag. Via een satelliettelefoon werd het voor de kust liggende fregat opgeroepen en even naderhand kwam er een helikopter met 60 noodrantsoenen. Daar hebben Carel en ik het nog een dag of twee mee moeten doen. Er was wel van alles op het eiland maar ja, het dak van je huis ligt eraf of je doet je winkel open. Ja, dan ga je je dak repareren. Er werd een brandweerman als kok aangewezen en die ging plunderen.
Alles wat ie te pakken kon krijgen werd opgeslagen in een ruimte van het hotel in Frontstreet waar zij hun intrek hadden genomen.
Brandweercommandant Neil Blok vorderde een stel jeepjes bij de lokale dealer ‘Stuur de rekening maar naar Binnenlandse Zaken’ en zo gingen de brandweermannen op pad. Samen met de Maartense brandweer elektriciteitsleidingen herstellen, waterleidingen repareren, flesjes water uitdelen, je kan het niet bedenken.

En wij hobbelden erachteraan. Het was chaos op de weg. We hadden een oplossing. Hand op de claxon en vooral niet loslaten. Carel hing zijn perskaart rechts uit het raam en Willem links. We waren in 5 minuten van vliegveld naar het centrum. Ik sprak later een brandweerman en die had er met z’n HV wagen twee uur over gedaan. ‘Gewoon zwaailicht aan joh’. Daarna werd het oppassen voor ons want vanaf toen konden we Nederlandse brandweerwagens tegenkomen ;-) Intussen hadden we een verloren Amerikaanse toeriste Ronnie/Veronica op sleeptouw genomen want die kon niet weg van het eiland. Geen goed ticket en geen geld voor een nieuwe. Ach, hoe meer zielen hoe meer vreugd. Volgens mij zat er iets in die peuken Ronnie ;-)
‘s-Avonds vroeg de commandant plotseling aan de mannen: ‘Hebben jullie eigenlijk allemaal wel een tetanusprik gehad?’ En daar kwam de helikopter weer met een leuke legerarts ‘allemaal op een rij’ en daar ging het: prik, prik, prik.
Het was een beetje USAR versie 0.0 zullen we maar zeggen. Dat gaat tegenwoordig wel beter.
Carel, Willem en ik hobbelden het eiland over. Op zoek naar nieuws. 
De plaatselijke telecomtower. De telefoon deed het dus niet in het Nederlandse gedeelte. 
Er werd schoongemaakt, dit bij de plaatselijke Makro,
maar ook geplunderd bij de lokale kruidenier.
Intussen was er die Antonov aangekomen. Kolere wat een groot vliegtuig. Er kwamen drie volledige gevulde Haagse brandweerwagens mét aanhanger uit.




Alles wat ze had was weggewaaid.
Ónze werkplek was niet slecht trouwens ;-)
Het grappige was: De Rotterdamse redactie faxte ons elke dag álles wat in de Nederlandse kranten verscheen. Die artikelen hingen wij met plakband op een glazen wand in het hotel van de brandweermannen. Die lazen daar door het tijdsverschil het RD (toen middagkrant) als ochtendkrant. Het werd gevreten !
Na een paar dagen kwam er meer pers: Max Westerman arriveerde uit New York.
En na een week kwam de koninklijke hoogheid Prins Pils . En dat botste met Max. Hij was al een tegenstander van het koningshuis maar hier ging het echt verkeerd. PWA stapte uit het vliegtuig en Max vroeg: ‘En hoogheid, wat was uw eerste indruk’. Nou dat was de verkeerde vraag want Wim-Lex siste tegen een persvoorlichter van de RVD die pal naast me stond: ‘We hadden toch afgesproken: GEEN interviews’ en hij liep weg.
Max vroeg aan mij ‘Wat zei ie nou?’ , en ik herhaalde het. Het komt nooit meer goed tussen Max en PWA. Al had ie maar ‘vreselijk’ gezegd. Of indrukwekkend. Maar ja, het duurde nog 6 jaar voordat Maxima de hilarische woorden ‘beetje dom’ kon uitspreken. ;-) Max schreef er nog een hoofdstuk over in zijn boek ‘In alle staten’. Intussen waren wij door de restanten van de noodrantsoenen heen maar in Marigot ging het eerste restaurantje weer open. Bij kaarslicht werden pizza en op houtvuur gestoomde vis geserveerd. Misschien 8 klanten waarvan vier man pers. En Ronnie ;-) Links van ons de drie hoog opgestapelde wrakken van jachten en rechts….. Wat is dat nou ? Daar kwam een in een hagelwit kostuum gestoken pianist die achter de vleugel ging zitten pingelen. Kafka… Koude rillingen. Ik vind het nog steeds jammer dat ik er geen foto van gemaakt heb.

ook aan de Franse kant.
Die brandweerjongens hadden ‘s-avonds niet veel te doen dus gingen ze maar airconditioners repareren en zo. En na een week deed het water het ook weer. En konden we douchen.
Na tien dagen moest ik echt terug. De roddelbladen hadden interesse in de foto’s met PWA en dan in kleur. Eerst met die Antonov naar Curaçao. Een stalen trap op, het leek wel een veerboot.
In een kleine ruimte zonder ramen konden 16 passagiers mee.
Dat ding is zo groot, je voelt niks. De motor start, hij beweegt een beetje en een uur naderhand gaat de motor weer uit en sta je op Curaçao. Pas bij het uitstappen liep ik langs de ruimte waar de (Russische) bemanning sliep. En zag ik die kratten met lege wodka flessen…… Nooit meer met een Russische Antonov ! Ondanks dat ie gratis was ;-)
En als afsluiter: Gouverneur van Sint Maarten, als jullie een straatnaambord missen? Ik weet wie hem heeft ;-)
Overigens, de beroepsploeg van brandweer Vlaardingen heeft tot op de dag van vandaag spijt dat ze weigerden te gaan en de vrijwilligers de keuze gaven. De oorzaak was de overstroming in Limburg eerder dat jaar. Ze moesten vrije dagen opnemen om daar zakken te gaan vullen maar zouden daarvoor extra betaald worden door het ministerie van BiZa. In september waren die centen nog niet binnen. Tja, ministeries zijn altijd traag met betalen maar je weet dat je uiteindelijk gewoon je geld krijgt. Met een statement te maken liepen ze wel een mooi avontuur mis. En de vrijwilligers kregen uiteindelijk voor die anderhalve week werken in de tropen een bedrag van 7000 gulden per man. Bruto, dat weer wel. ;-)
Het leuke was dan altijd wel weer: mannen, mag ik even een foto uit het bakje van de ladder maken. Ja hoor Dijkstra. Als je ons maar een afdruk stuurt. Natuurlijk ;-)
Of deze chauffeur. Geladen met azijnzuur gaat ie met z’n tankwagen uit de bocht. Komt heel ongelukkig op de vangrail terecht. De brandweer gaat met knip en knijpapparatuur aan de slag maar volgens de mannen van de GGD gaat het snel achteruit met de chauffeur. Noodarts erbij. ‘We gaan zijn been eraf zagen’ . Maar letterlijk 10 seconden voor de zaag erin gaat krijgt de brandweer hem los. Gevalletje ‘net op tijd’. 

Intussen had ook NOS collega Pim Korver zich langs de politie gewurmd, Zijn oranje veiligheidspak had hem daar ongetwijfeld bij geholpen, maar de rest van de collega’s werd niet doorgelaten. Hoewel op onze perskaart staat dat eigen veiligheid vooral ons eigen probleem is zijn er altijd weer agenten die dat betwijfelen. Want ja, ik mag afreizen naar oorlogsgebieden en niemand houdt me tegen dus als ik op de Keilestraat in Rotterdam om het leven kom, so be it. Maar ja, ik had ook niet de behoefte om terug te lopen naar de afzetting om de collega’s te helpen. ;-)
De brandweercommandant moest zich nog aankleden. Nou ja, ik hoorde later dat hij bij de kaakchirurg onder het mes lag met een acute ontsteking en toen zijn pieper afging had ie gezegd: douw er maar wat in, ik kom morgen wel terug. Dat heeft nog iets langer geduurd want de fik brandde nog dagen.
De stad had enorme mazzel gehad want de rook ging recht over de Maas naar het westen. Als de wind richting Spangen had gegaan waren er grote hoeveelheden slachtoffers gevallen.
Omdat we een beetje ingeburgerd waren bij de Schiedamse Molenstichting waarvoor we de restauratie en herbouw werkzaamheden fotografisch volgden had zeker mijn pa een tik van de molen gekregen. En daar ging m’n pieper weer eens af. Brand in de molen de Walvisch. Echt een ramp want dat ding was net een paar weken klaar na een gigantische renovatie. Alleen de brandmelder was nog niet geïnstalleerd. Twee uur ‘s-nachts. Ik kwam daar aan en dacht, als ik die ouwe niet waarschuw word ik onterfd. Dus ik belde de taxicentrale in Vlaardingen en stuurde ze naar het huis van pa en ma. En ik belde hem zelf: ‘Ouwe’, (hij had geen rijbewijs)’ over tien minuten staat er een taxi voor je deur, de Walvisch staat vierkant in de fik. Camera’s pakken en ik zie je zo’. En toen stonden we even later met molendirecteur Jos Gunneweg, burgemeester Scheeres en die ouwe , met z’n allen met tranen in onze ogen. Maar gelijk daarna allemaal weer aan het werk.
Letterlijk de volgende nacht ging de pieper weer. De Pelmolen in Vlaardingen in de fik. Dat was niet echt een molen maar een groot pakhuis dat de Pelmolen heette. Bij het NOS journaal hebben ze nog wel even gedacht dat er een molenpyromaan aan het werk was. Ook dit had slecht af kunnen lopen want er lag een benzineboot pal naast de Pelmolen afgemeerd maar die werd snel weggetrokken door een sleepboot. 
Twee treinen frontaal op elkaar. En een doodse stilte.
Oppassend niks aan te raken want voor het het weet loop je tegen een stuk kapotte bovenleiding aan met 1500 volt. Dan ben je echt geroosterd. Passagiers die niet gewond waren geraakt begonnen met het helpen van gewonden. En toen kwamen er van alle kanten sirenes. Echt een ongelofelijke kakofonie.


Ik keek op m’n horloge. 10.45 uur. Om 11 uur sloot het Vrije Volk. Ik sprong in mijn auto en reed als een dwaas naar de Witte de Withstraat. Wij hadden als free-lancers een sleutel van de zijdeur met een goederenlift. Op naar de 4e etage waar de redactie zat, zette m’n handscannertje op een bureau van een redacteur en riep: ‘Ga jij maar luisteren, ik duik de donkere kamer in’. ‘Ja wat is er aan de hand?’ Ze hadden wel alle sirenes vanuit de kazerne Baan gehoord, 300 meter van de redactie vandaan maar niemand had de tegenwoordigheid van geest gehad om effe met de politie te bellen. De redacteur tikte razendsnel zijn artikel en ik had 10 minuten later wat afdrukken. Ik had weer de hele voorpagina, op 1 foto na. Paul Stolk, de állerbeste collega die ik ooit gehad heb liep aan de andere kant van de trein (hij woonde 500 meter van het ongeval vandaan) en daar werd een Russische consulaire delegatie uit de trein gehaald. Die had ik net effe gemist. Hij zou me vaker te slim af zijn maar daardoor heb ik er vreselijk veel van geleerd.
en dacht na een uurtje: ‘Ik heb het wel’, ‘Roeiers , mag ik weer terug naar de wal?’. ‘Weet je het zeker want de Mobiele eenheid komt eraan?’ Tja dan wordt alles weer anders en zo begon ik aan een klus die me drie maanden zou kosten. En me de tweede prijs in de Zilveren Camera wedstrijd voor de beste fotograaf van Nederland zou opleveren. En ja, ook hier zou Paul Stolk me weer te slim af zijn. Maar dat komt later.
Wat bleek het geval. Alle vervoer over water werd in Nederland via de schippersbeurs uitgegeven. Er waren teveel binnenvaartschepen in die tijd en men wilde de ladingen eerlijk verdelen zodat iedereen een boterham kon verdienen. Maar het bedrijf Granaria had berekend dat ze goedkoper zouden zijn met eigen schippers en eigen duwbakken. Dát mocht dan wel buiten de schippersbeurs om. En dat vonden die binnenschippers uiteraard niet leuk. Daarom kwam de bezetting van de duwbakken. Die waterkanonnen van de politie hadden echter een averechts effect. De dekken waren bedekt met graanstof en het water uit die kanonnen maakte er spekgladde troep van. Van het eerste peloton ME dat overstapte van de politieboten naar de duwbakken gleden gelijk twee ME-ers overboord. Precies tussen twee duwbakken in die langzaam naar elkaar toe dreven.
Ik liep zelf over het smalle gangboord (max 50 centimeter breed) maar had achter me een stel ME-ers die hun collega’s uit het water moesten redden. Ze konden er niet voorbij. Ik ben dus maar plat op de grond gaan liggen en liet de ME-ers letterlijk over me heen lopen. Maar bleef uiteraard wel door fotograferen. De ME-er werd uit het water getrokken maar had het niet naar zijn zin. Hij had al zijn zware kleding geprobeerd uit te trekken om te voorkomen dat ie zou zinken en verdrinken. Pistool kwijt, etc etc. Ik heb hem later nog eens gesproken en hij is een half jaar uit de running geweest. PTSD. Die ME-ers waren ook helemaal niet voorbereid op zo’n klus. In de opleiding van de politie is in de jaren daarna ook echt wel het een en ander veranderd. Deze middag leverde me weer een voorpagina op met bijna allemaal mijn foto’s behalve…. ja, die ene foto die ik niet gemaakt had: een binnenschipper die onder een dikke kabel hangend van de ene duwbak naar de andere duwbak vluchtte. Paul Stolk had ‘m wel. Ja, je kan niet overal zijn toch? ;-) De drie maanden daarna betekende voor mij elke maandag, woensdag en vrijdag een ritje van de Europoort naar de sluizen van Hagestein. Het duwbakkentransport van Granaria werd tot daar achtervolgd door de binnenschippers en een boel politieboten. En nadat het transport door de sluizen was bleven ze net zolang dicht tot ze een voorsprong hadden en de binnenschippers afdropen.
Tot op de laatste dag van het protest de binnenschippers met heel veel schepen het Granaria transport bij Gorinchem in de kant duwden en Minister Nelie Smit-Kroes-Peper, (geen idee meer welke burgerlijke staat ze toen had) ter plaatse ging.

Soms moet je gewoon op de goede plek staan.
Na fikse gesprekken en de toezegging dat er een opkoopregeling zou komen om de hoeveelheid binnenvaartschepen te verminderen staakten de schippers de achtervolgingen. Mijn serie won zoals gezegd de tweede prijs maar ook hier werd ik weer afgetroefd door Paul Stolk
die in dat jaar een fantaaastische foto had van de een sjekkie draaiende moordenaar van Gerrit Jan Heijn bij de reconstructie van de ontvoering. Nu had Paul heel veel jaloersmakende geheime info via zijn politievrienden. Daar kon ik niet tegen op. Terecht verdiende hij de Eerste Prijs! Helaas is Paul veel te vroeg overleden door nierfalen. Na zijn overlijden werd hij opgebaard in Cafe Rotterdam op de Wilhelminakade. Hinke, zijn vrouw, had gevraagd of 6 fotografen hem naar buiten wilde dragen naar de lijkauto. Dat wilden we wel doen maar toen wij de kist vastpakten bij de handgrepen kraakte het hout behoorlijk. ‘We zetten de kist wel op een wagentje’ zei de begrafenisondernemer. Nou, echt niet! Een grootheid als Paul gaan we dan maar schouderen. Ik had dat een keer eerder gedaan na het overlijden van collega Peter Molkenboer. En daar moesten we toen een ongans eind mee sjouwen over de begraafplaats. Bij Paul was het alleen de bedoeling hem naar buiten te dragen. Dus ik zeg: mannen, 1,2,3 en de kist rustte op onze schouders. Een, Twee, Een, Twee. Lopen! Fotograaf Richard van der Klaauw zou het fotograferen maar stond verkeerd en dook onder de kist door. Net op tijd. En zo liepen we door de voordeur. Vaarwel Paul. We missen je.
‘Mijnheer, er ligt een bootje in uw achtertuin’. Echt, vijf meter voor het huisje van de dijk werd geveegd liep het schip aan de grond. Narrow escape.
Aan de andere kant: als ie de grote verkeersopstopping ‘Algerabrug’ van z’n fundering had gevaren had er misschien nu een filevrije tunnel gelegen. Gemiste kans.
de rechercheur zat in het midden en zat nog een rolletje in zijn camera te laden, landde de heli en de voorlichter zei: ‘Loop jij even naar je collega’s want de PD is nog niet vrijgegeven.’ Ik gaf hem een hand en zei : ‘Ik heb het wel, bedankt, ik ben weer weg’ en liep naar de collega’s . Waar Gerrit de Heus tussen stond, tot veertien dagen ervoor mijn werknemer tot hij voor zich zelf begon in Bergen op Zoom. Het gezegde ‘zijn ogen vielen uit zijn kassen’ was hier totaal van toepassing. ‘Waar kom jij vandaan ??????’. Ik zei hem: ‘Je hebt vroeger toch niet goed opgelet bij je baas’ Echt, of ie een spook zag. Zo jammer dat ik die foto niet gemaakt heb ;-)
Zo, die is hier voorlopig niet weg zeiden we al. Meestal riep Wondolleck dan: ‘Wie er verder dan 10 meter van de bus gaat wordt door de KMAR verwijderd.’ maar hier konden we onze gang gaan. En ik zag links van het vliegtuig een heli van de politie. Ik liep erheen en vroeg aan de piloot: ‘Zie jij kans om mij tien meter omhoog te trekken zodat ik overzichtsfoto kan maken?’ Zijn antwoord: ‘Nee, daar heb ik veertien dagen terug mega gesodemieter mee gekregen.’ Hij herkende me duidelijk niet dus ik zei : ‘Laat maar, dat was ik ‘ ;-) En ik liep maar weer terug.
Daar werd de overvaller/gijzelnemer naar buiten gepraat en in de boeien geslagen.
In de verte zag ik de collega fotografen met lange telelenzen foto’s proberen te maken terwijl ik er op 3 meter naast stond met een groothoeklens. Tja, in de media gelden eigenlijk maar twee regels: Wie ken jij en wie kent jou ;-)

Als C. zijn auto had opengemaakt was ie een paar seconden later ontploft. En toen was het OM het spuugzat. Midden in de nacht kreeg ik een bekende stem aan de lijn die zei: ‘Half vier bureau Marconieplein.’ en er werd opgehangen: tuut tuut tuut. Uiteraard herkende ik de stem wel. Vijf over half vier reden tien zwaar bewapende Mercedessen de poort van het bureau uit richting Overschie, waar bij enkele huizen de voordeur eruit ging en wat geboeide familieleden van C. en bij andere panden familieleden van den B. gearresteerd werden.
Blij dat iemand me waarschuwde hoewel er bij de politie bijna de doodstraf stond (en staat) op omgaan met de pers.
Het AT kwam ter plaatse en op dat moment werd er een barkruk door de ruit naar buiten gegooid. De politiehond werd losgelaten maar in plaats van dat hij de dader in z’n been beet greep de hond de barkruk. Gelukkig waren de AT leden alerter en werd de dader snel geboeid en afgevoerd. 







Daarna werden toevallig passerende schepen opgeroepen of ze ook een keer mee wilden werken. Die schippers hadden de dag van hun leven ;-)

trokken de politiemannen de hooligan letterlijk achterover en schoven hem zo de ME bus in, waar de politiemensen ook indoken. En wég. Eén hooligan afgevoerd en de achterblijvenden hadden geen flauw idee wat er nou eigenlijk gebeurd was. En na een kwartiertje of zo kwamen die politiemannen weer van alle kanten aanlopen en begon het feestje voor de fotograaf opnieuw.
Even later horen we een deur ingetrapt worden en nog een paar seconden later over de portofoon: ‘Man aangehouden, de dokter is oke.’
Ik sprintte snel drie verdiepingen naar beneden en liep de straat op. Terwijl honderden meters verder de collega’s met lange telelenzen stonden, had ik aan mijn groothoeklens genoeg. Jammer jongens ;-)
Dan komt er een heel circus op gang, verkeersafzettingen, brandweer met springzeilen, onderhandelaar van de politie en nog veel meer. En pers dus. Dan proberen we wel om geen stoorzender te zijn en niet op te vallen want je wil niet hebben dat ie door jou naar beneden springt.
Terwijl de onderhandelaar links de man probeerde de aandacht van de man zijn richting op probeerde te houden klom het AT aan de andere kant ongezien het dak op .
Dat ging niet helemaal volgens plan want vanwege veiligheidsmaatregelen moesten de mannen aan elkaar gekoppeld worden. En die touwtjes waren iets te kort. Daarom ging een politiehelikopter achter de onderhandelaar hangen. Dat hielp. En zo werd de man tegen de grond gewerkt. Nou, tegen het dak dan.


Oke. Ik deed ook wel eens domme dingen. Na een melding van een BTGV (een benaderingstechniek gevaarlijke verdachten) had ik mooi zicht maarrr, het kan altijd beter denk je dan.
Dus ik liep nog een paar meter verder en ik keek plotseling in de loop van een paar politiepistolen. Gauw wegwezen.
Ik kreeg wel een belletje van de commissaris die me wilde vertellen dat het niet zo handig was. Ja dat wist ik ook wel. Schrale troost was dat de politie ook wel eens op elkaar stond te richten. Een man probeerde onder bedreiging van een pistool voor te dringen bij een autowasstraat. Ik hoorde het kenteken en dacht, laat ik eens bij die andere wasstraat gaan kijken. En ja hoor, daar stond ie.
Nou had ik al sinds halverwege de jaren 80 een mobiele telefoon in mijn auto en dan was een rechtstreeks belletje naar de Vlaardingse meldkamer zo gemaakt. Kan ook niet meer tegenwoordig. Je bent een paar minuten bezig voor je bij iemand je melding kwijt kan.
Daar aangekomen werd het gelijk herrie met de politie. Terwijl voetgangers en fietsers nog gewoon door mochten lopen en fietsen moest ik weg. Handen voor de lens. Nu hebben wij als pers wettelijk een bijzondere maatschappelijke positie. Zolang we niet in de weg lopen of gevaar vormen voor sporen dan mogen we in principe doen wat we willen. Maar, dat weet menig agent niet. Die leren op school dat zij het op straat voor het zeggen hebben. Ja… Totdat je een (foto) journalist tegenkomt.
Dan maar even een paar meter verder weg gaan staan.
En toen liep het echt uit de klauwen. Ik laat me niet wegsturen als ik weet dat ik het recht heb om daar te werken. Dan maar aan laten houden dan zoeken we achteraf wel uit wie gelijk heeft.
Na een uur of wat geboeid in de hete zon gezeten te hebben kwam er een inspecteur die het allemaal wél begreep.
Dan word je vrijgelaten en kan je weg. Toen pas ben ik in elkaar gezakt en heb een kwartier zitten janken naast mijn motor. Er waren vier mensen om het leven gekomen. De piloot, de voorlichter van het Havenbedrijf die ook in de heli zat en fotografen Rob en Ben die ik ook wel kende. Ed Oudenaarden had het overleefd. 23 Vliegtuigongevallen had ik gefotografeerd en geen traan gelaten en nu sloeg ik echt door. Twee dagen later hoorde van de redacteur dat ík eigenlijk in die heli had moeten zitten maar dat hij vergeten was om de uitnodiging door te sturen. Mijn moeder riep altijd al: ‘Er is meer tussen hemel en aarde’. Nou ja, het was mijn tijd nog niet kennelijk. Toen ik een week of wat later bij Ed in het Dijkzigt ziekenhuis op bezoek ging was het eerste wat hij vroeg: ‘Heb jij foto’s ?’. ‘Ja Ed, maar niet dankzij de politie , meer ondanks de politie.’ Hij kon zich echt niets meer herinneren van het ongeval waar hij helaas een dwarslaesie aan overhield. Hij heeft het fotograferen ook totaal afgezworen en wil ook geen contact meer met oud collega’s. Jammer want het was een topfotograaf. Anderhalf jaar later toen ik de Officier van Justitie eens belde wanneer hij me nou eindelijk eens ging vervolgen voor het niet voldoen aan bevel of vordering moest ik langskomen bij het OM. Nou wist ik allang dat hij geen zaak had en zijn antwoord was dat ie nog wat aan zijn proces verbaal moest sleutelen. Toen ging ik echt uit m’n dak: ‘Serieus, moet jij aan je proces verbaal sleutelen om mij te vervolgen?’ Lang verhaal kort, nooit meer iets van gehoord. Maar in de omgang met de politie ging het nog lang daarna stukken beter. Het verhaal over de onterechte arrestatie van een journalist was ruim door het korps gegaan.
En mijn arrestatie was niet de enige keer hoewel deze dames wel gevoelig waren voor mijn argumenten.


Het is wel iets hoor dat entertainment. Het team doet zijn uiterste best maar het is veel gericht op jonge mensen en die lieve lezers…., juist, die zijn nu tijdens deze Atlantische oversteek veel minder aan boord! Ik vind het een gemiste kans en desinteresse in je gasten want continue klinkt de keiharde nietszeggende beat langs het zwembad. Okay, achterop is nog een kleiner zwemparadijs en daar lig je rustig….althans, volgens mijn vent ook niet, want daar draaien ze momenteel kerstmuziek, yes! 😍 In ieder geval wel op een normaal volume. Gisteren in Bridgetown zijn er weer nieuwe gasten aan boord gekomen en het is wellicht lelijk van mij om te zeggen maar het niveau gaat lager en lager. In de loop der jaren na de corona zijn we dat meer en meer gaan merken. Er zijn heel veel cruisemaatschappijen met talloze schepen, groot, groter, groots voor oud en jong. Omdat de concurrentie moordend is ligt de lat om passagiers tevreden te houden hoog en de prijs wordt dus lager. Er is overcapaciteit lijkt het en misschien is het ook hierdoor dat veel is toegestaan. De kledingvoorschriften en het gebrek aan naleving van de gedragscodes zijn hier het bewijs van. Ook nu tijdens de ‘Elegance avonden’ worden korte broeken en chauffeurhemdjes getolereerd. ’s Middags tijdens de lunch lekker in een zwembroek langs een buffet wandelen, man, man, man, het is een ding. En hoeveel mensen met moeilijke voeten ik heb gezien! 😉 Het zal best een modebeeld zijn, slippers en sokken, maar waarom ga je op die vreselijke plastic Adidassen en een trainingspak naar het diner! Serieus, het slag volk dat niet zou misstaan in ‘Tokkie Town’. 🤭 De Virtuosa heeft ook iets wat we nog niet eerder hebben gezien. Namelijk, hun eigen beveiligers! We hebben een praatje met hen gemaakt en er zijn dus reizen dat ze geregeld moeten ingrijpen omdat passagiers zich misdragen en zelfs met elkaar op de vuist gaan. Bijzonder om te horen maar als we hier zo aan boord in het rond lopen zie ik het wel voor me want bij een volle bezetting lopen er gewoon 6000 gasten rond! 😳 Voor nu valt het allemaal mee. Volgens de telling is het momenteel de helft van dit aantal. Er is daardoor altijd wel een bedje bij het zwembad, zon of schaduwkant, de wachtrij voor een drankje of iets te eten is bijna nihil. Kortom, het is gezellig druk vinden wij. Vanaf Martinique zal dit veranderen want dan gaat de Virtuosa korte trips maken variërend van 7 tot 14 dagen en iedere keer met een full-house bezetting.
Tijdens de zeedag varen we langs Martinique waar we op de terugweg van boord zullen gaan. Het kleine puistje in zee rechts ( Le Diamant) krijgen we later nog beter te zien.
Zo dichtbij land is het leuk hoe de verschillende vogels met ons meevliegen.
Even lachen en zeker het vermelden waard: moeders en Jan zitten op de negende verdieping bakboord en wij stuurboord. Voor het diner spreken we dan een tijd af op onze verdieping bij de liften. Als ze er nog niet zijn dan oefenen mijn vent en ik in de ruime hal onze danspassen.
In de morgen naderen we de plaats Basseterre op St. Kitts. Vanuit de verte kan ik in de haven al een cruiseschip zien liggen en achter ons komt deze dame aanzetten. Later op de dag komen er nóg twee bij en liggen we dus met zijn vijven! Dat is wat ik hierboven ook al beschreef, het is een vreselijk toename van deze manier van vakantie vieren op het water.


Als we aan land gaan zien we wel een leuke ontwikkeling:
aanbieders van excursies buiten de maatschappijen om, én taxichauffeurs mogen alleen achter een rij hekken hun waar aanbieden. Je wordt er niet meer mee overvallen en nee is nee.
We hebben een excursie geboekt via de MSC, maar die is pas in de middag. De ochtend besteden we dus om het centrum van Basseterre te verkennen. Ze hebben er hier handig op in gespeeld dat er zoveel cruiseschepen komen want het is een groot openlucht tax-free shopping centrum. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken hoeveel mensen er per week komen! Deze grote hoeveelheid winkels maakt wel dat je weinig last van de drukte hebt. Het vermoeden is ook dat de winkels allemaal van de cruisemaatschappijen zijn.
De Engelse invloeden zijn nog steeds goed herkenbaar op dit eiland.

Na de lunch gaan we dan op weg naar het afspreekpunt op de kade voor de excursie! Dat heeft nog even wat voeten in de aarde want hoe we ook communiceren, het lijkt af en toe niet te lukken om met zijn vieren op dezelfde plek en tijd te verschijnen. Het blijft hilarisch maar soms…..grrrrom😡, is het een dingetje hoor. Komt bij dat het mobiele netwerk hier pet is en we dus niet zo makkelijk elkaar een belletje kunnen geven. Nou goed, uiteindelijk blijkt dat we ons voor niets gehaast hebben. Want de afgesproken tijd van 13.15 uur is slechts een richtlijn stelt de allervriendelijkste dame van bordjes voor groep 27 en 30 vast. Antilliaanse tijd… Plus of minus 1 uur. Of zo. 🤣
En ja, zo gaat de klok intussen al naar 14.00 uur als onze chauffeur zich met de bus komt melden. 😳 Als alle acht bussen compleet zijn dan vertrekken we richting de trein. De rit over het eiland is prachtig maar gaat niet snel. Er steken koeien, schapen en geiten over de weg, iemand heeft zijn auto gewoon laten staan omdat ie even een praatje is gaan maken en alles heeft de uitstraling van ‘maak je niet druk, daar is het te warm voor’. 😊Vanuit de koele airco bus aanschouwen wij het allemaal. Zoals het gezegde is; ‘Mens, verbaast u niet maar verwonder u slechts!’
Onze gids (een Oekraïner) is pas bij MSC begonnen en het is zijn eerste excursie op dit eiland. Dat is te merken want naast dat ie zo onzeker is kan de arme man de chauffeur slecht verstaan waardoor zijn vertaling van het Engels naar Duits voor hilarische momenten zorgt. Wij zitten net achter de chauffeur en mijn vent gaat zich er mee bemoeien. “Je kan beter op de stoel van die gids gaan zitten!” zeg ik gierend van de lach als het weer misgaat. De gids is inmiddels al zo hulpeloos dat ie mijn vent inderdaad vragend aan kijkt voordat ie de microfoon pakt om iets te gaan zeggen.
Dan zijn we bij de trein. Je kan beneden en boven zitten. Beneden is er airco en boven is er arko…. Alle ramen kunnen open. 😉 Het waait heerlijk door.
Het is een geweldige rit en een wonderlijk mooi landschap trekt aan ons voorbij! Saint Kitts is het enige eiland in de Caribbean met een spoorlijn. Die werd tot enkele tientallen jaren geleden gebruikt door goederentreinen voor de afvoer van suikerriet naar de fabriek. Dan zien we plotseling twee achter elkaar liggende vulkanen: Nederland! Sint Eustatius en Saba.
Een optreden van inheemse indianen en een rumpunch van een charmante dame maken het compleet.
In de bomen zien we koe-reigers.
Deze chauffeur met zijn vrachtwagen volgt ons het hele traject om de slagbomen te sluiten en te bewaken.


Aan het einde van de treinrit staan de bussen weer te wachten. Doordat het hier allemaal so easy gaat zijn we net voor de ‘all onboard’ tijd terug. Gelukkig voor onze gids want bij een georganiseerde excursie via de maatschappij is het aan de laatste om ons weer op tijd aan boord te krijgen. We zijn versleten van de middag want het was erg warm maar het was zo ontzettend leuk! Vanaf het bovendek genieten we van de afvaart.
We zijn er net en er breekt een enorm noodweer los. Gewoon horizontale regen!
De volgende morgen worden we wakker in St. John’s op Antigua. Ook dit keer zijn we niet alleen. Om aan te geven hoeveel schepen er zijn, we zien iedere dag verschillende namen en weinig dezelfde schepen! Ook hier in St. John’s is het op en rond de kade een waar tax-free shopping paradijs waar wij iedere keer toch weer iets leuks kunnen vinden.
De kerstsferen zijn al aanwezig! 





Het einde van de reis komt in zicht. Vrijdag is het nog de beurt aan de havenplaats Roseau op het eiland Dominica. Zaterdag zullen we dan in Fort de France op Martinique van boord gaan.
Het eiland Dominica begroet ons met stevige regenbuien. Het zijn van die korte tropische buien. We starten dus rustig en gaan later op de ochtend van boord. Ook hier op de kade een scala aan mensen die een excursie aanbieden. Het is altijd even babbelen, weglopen en weer babbelen voor een geschikte prijs. Tijdens dit al komen Rob en Marjan (vrienden van vrienden die ook aan boord blijken te zitten) aanlopen. Zij willen ook wel mee met ons dus het onderhandelen over prijzen met de aanbieder gaat weer beginnen maar al snel zijn we eruit en gaan op pad.
Langs een monumentje voor de oudste inwoonster van Dominica: 128 jaar !
We zien heel veel tropisch fruit in het wild.
Onze gids is een aardige vent met leuke informatie over het eiland en gelukkig ook een goed chauffeur. Over smalle, steile en kronkelige weggetjes brengt hij ons naar de mooiste plekken.
De pappa en mamma watervallen. 
En stinkende zwavelbronnen.
“Kijk, nog een kanarie!” lacht mijn vent als ie deze heer van een andere groep ziet. We zijn inmiddels wat melig dus ik moet de andere kanarie vergezellen. Alles voor de foto. Beetje flauw maar het moment is grappig!


Ja, ook een land met 40.000 inwoners heeft een presidentieel paleis.
Na een trip van zo’n drie uur zijn we terug in het centrum. We lunchen met elkaar aan boord en zoeken dan het zwembad maar weer eens op.
Tegen de avond worden de trossen losgemaakt en maken wij ons op voor de laatste avond op de Virtuosa,
die inmiddels ook in kerstsfeer is.
We nemen afscheid van onze tafel bediening, stuk voor stuk, leuke lieve hardwerkende mensen. De meesten zijn acht maanden aangesloten op zee, ver van huis, gezin en familie. Zeven dagen per week, elf uur per dag. Wel voor een redelijk salaris horen we, 2000 euro per maand. Plus kost en inwoning natuurlijk.
Voor 23.00 uur zetten we de koffers buiten op de gang, die zullen we morgen op de kade weer terug zien.
Gezien het aantal koffers gaan er hier vandaag niet heel veel passagiers van boord. Veel zullen nog een weekje langer wat andere eilanden bezoeken.
Roel neemt een taxi naar het vliegveld, ongeveer 10 kilometer, waar hij de huurauto ophaalt.
Dan is het puzzelen en meten om de koffers in de auto te krijgen.
Lekker Frans hier. Franse auto’s en Franse nummerborden.
Bij aankomst in hotel Karibea in Saint Luce blijkt dat er dit weekend een groot kerst-event is. Er zijn kraampjes en muziek optredens. Al met al heel druk en gezellig.


Het hotel valt tegen, het complex is aan renovatie toe.
Gelukkig zijn de kamers goed schoon en het zwembad heerlijk.
Helaas hebben we niet echt van Martinique kunnen genieten want alle vier zijn we snipverkouden. Met name moeders en Roel hoesten als valse herdershonden. Het is soms griezelig om te horen. 


Er zijn leuke tentjes op het strand. 

Zo gaan de dagen hier helaas anders voorbij dan we gedacht hadden. We verkennen het eiland wel maar genieten er niet zo van als we gehoopt hadden.
Ook de Diamant duikt weer op.
Een stukje verder staat een slavenmonument waar wat Amerikanen omheen staan en de Black Panther groet brengen.
Alles voor de selfie.
Op een strand dat op internet omschreven werd als de mooiste van Martinique waren ook sanitaire voorzieningen. Douches en wc’s. Nou…. laat maar. 🤮
Net naast het hotel zitten een paar eettentjes waar het eten 5x beter is dan in het hotel.
Donderdagmiddag slepen we alle bagage weer in de huurauto en brengen die terug naar het vliegveld. Onze vlucht met Air France zal ons eerst naar Parijs brengen en vandaar vliegen we door naar Amsterdam. We hebben een prima vlucht en eigenlijk gaan de uren best snel voorbij. De trein en als laatste de auto brengt ons allemaal weer veilig thuis. We kijken terug op een mooie cruise cq. vakantie en zijn blij dat we dit zo met elkaar hebben mogen doen. Ondanks de toename van de cruiseschepen blijf ik het een super leuke manier van reizen vinden. Er is zeker verschil in de maatschappijen en de HAL blijft voor mij nog steeds de beste. Eigenlijk hangt de beslissing om te boeken af waar de cruise heen gaat en wat de prijs is. Het leven hoeft niet zo moeilijk te zijn…. De volgende dag ga ik in de voortuin wat kerstverlichting aansluiten. Als ik weer binnenkom zie ik mijn vent bij de kalender staan tellen. “Wat doe jij nou? Jij hebt toch niet veel met kerst?” vraag ik hem. Hij kijkt me vreemd aan,….Juist, ik begin het te snappen!
Dan een laag plastic,
en dan een stuk kunstgras.
Als dat gebeurd is bedenk ik me dat ik dit jaar toch ook wel weer eens een kerstdorp wil bouwen. Dus mijn lover begint met veel zuchten en steunen aan het opzetten van het frame. Tja, een vrouw en haar hobby.
En na twee weken staat er weliswaar een klein dorp maar met een volwaardige skipiste.
Nu het oude kantoor boven zoals het er nu uitziet ongebruikt gaat blijven besluit Roel de serverkast en de bekabeling maar eens uit te mesten. Dikke bossen kabel zijn overbodig en worden weggeknipt. Het levert een boel ruimte op.
En dan hebben we ook nog de jaarlijkse schil-acties en het inmaken van appelmoes en stoofpeertjes. Gepensioneerd zijn is nog best hard werken hoor aldus mijn vent. 😉
Dan krijgen we ook nog een kunstkerstboom aangeboden maar die moet nog maar even in de garage blijven wachten op zijn beurt.
Het nieuwe privékantoortje ziet er nadat we de grote tafel en de lampen van boven hebben gehaald in ieder geval een stuk gezelliger uit.
Moeders had weer eens een cruise gezien voor weinig geld. Met de Costa ( Ja, die van kapitein Schettino 😳) van Italië via Zuid Afrika naar Oman en eindigend in Dubai, totaal 38 dagen. Maar helaas, een paar weken na het boeken krijgen we bericht van het reisbureau dat de cruise gezien het gedonder in het Midden Oosten, Jemen en Iran gecanceld gaat worden. Niet veel later komt er een nieuwe reis in beeld: met de MSC Virtuosa in 19 dagen van Rotterdam
En we fotograferen de (proef) vaart de Noordzee op. 

Een dag later breng Peet Verhoef ons naar de Wilhelminapier.
Terwijl de regen met bakken neerklettert stappen we aan boord van de MSC Virtuosa.
Oud collega Jan Booister die in torenflat ‘De Rotterdam’ woont is weer zo aardig om een foto van bovenaf te schieten. 
wij hebben stuurboord en moeders en Jan tegenover ons aan bakboord.
Dan richting één van de vele restaurants voor de lunch.
In tegenstelling tot de grote Aida Nova, onze cruise afgelopen voorjaar, is het hier op de Virtuosa makkelijker ingedeeld. Een grote centrale wandelpromenade met winkels, 


Mocht je verdwalen dan zijn er deze scheepsplattegronden.
Een handigheidje is de lift. Aan de buitenzijde toets je in welke verdieping je wilt en de desbetreffende lift brengt je rechtstreeks naar de gewenste etage.
Het resultaat: weinig wachttijden en geen liften die op iedere verdieping stoppen. Ook de lift met uitzicht op zee is het vermelden waard!
Terug naar de lunch! We kiezen voor het buffetrestaurant. Dat is op ieder schip altijd weer even ontdekken. Eerst een tafel scoren en dan om de beurt de vele verschillende lekkernijen uitzoeken óf eerst eten scoren en dan een tafel? We hebben van moeders alle drie een drankenkaart gekregen dus kom maar door! 
Verder is zo’n eerste dag altijd druk, koffer uitpakken, schip verkennen en het verplichte safety programma volgen. Rond 18.00 uur varen we uit. Het is inmiddels donker en door het slechte weer staan er niet veel mensen op de kade om uit te zwaaien.
In de Waalhaven aangekomen keert de grande dame haar kont.
Terwijl we aan het diner zitten zien we Maasluis en Hoek van Holland aan ons voorbij trekken. Op deinende golven varen we in de nacht Engeland tegemoet. De volgende morgen moet er natuurlijk eerst een Engels ontbijt worden genuttigd.
Daarna gaan mijn vent en ik aan land voor een rondje door Southampton. Maar eerst moeten álle passagiers langs de douane. In een honderden meters lange rij sjokken we langs een viertal douaniers die checken of je je ETA hebt.
Uiteraard kan m’n vent het weer niet laten om te zeggen “The EU was better, wasn’t it.” 🤭 Er kwam gedempt een opmerking terug: “Not everything.” “Nou, de volgende keer pak ik wel een rubberboot, dat gaat sneller” zegt ie terug in het Nederlands.
Moeders en Jan blijven aan boord, veel te koud.


Na wat shoppen gaan we terug en genieten verder van een quiz aan boord. Eigenlijk is het leven heel easy zo, er zijn veel activiteiten (volgens een app op je phone te vinden of op deze borden)
maar niets is verplicht. In Le Havre gaan er de volgende dag wederom veel passagiers van boord, we zien er ook weer enkele bijkomen maar de drukte van de afgelopen twee dagen blijft uit.
Hoeveel passagiers er aan boord zijn is onduidelijk. De berichten hierover zijn wisselend maar volgens onze kelner Francis
zijn er nu zo’n 2700 passagiers en 1500 bemanningsleden aan boord. Door de vele zeedagen is de reis niet altijd geliefd. Maar deze oversteken zijn over het algemeen prima geprijsd! Op weg naar Ponta Delgada op de Azoren zijn we drie dagen op zee. Het zijn rustige dagen, het weer is wat onstuimig,
de temperatuur koud en de zee redelijk rustig. Althans dat vinden wij!
Dat niet iedereen er zo over denkt blijkt als we voor een vraag in de rij bij de receptie staan te wachten. Terwijl we onze vraag stellen luisteren we met een half oor naar het echtpaar naast ons. Het zijn Nederlanders en de vrouw vraagt aan de receptioniste; “Weet u wanneer de golven stoppen en kan het schip anders minder snel varen want ik heb last van het schommelen en hierdoor nog niet alle dingen kunnen doen die ik wil omdat ik nu vaak op bed lig.”
Die zit net buiten het haventerrein en al vrij snel zijn we op weg voor een tour over het eiland. Thuis hebben we al een route bedacht met alle bezienswaardigheden. Het is prachtig hier, de natuur met vele verschillen en mooie vergezichten.


De lokale geysers doen ons denken aan Yellowstone.
Onderweg eten we een typische maaltijdsoep gegaard in een pan die in een gat van de hete geyser heeft gestaan. 








Na een perfecte dag checken we terug aan boord ons sociale leven en maken ons op voor weer een aantal dagen zonder internet. Alleen Roel heeft een internet pakket genomen om toch bereikbaar te zijn. Of misschien was hij bang voor afkickverschijnselen.
Ik vind dit altijd wel prettig want slingerend wandelend op mijn hakken valt het dan minder op dat ik een aantal Tequila’s Sunrise op heb.
en op andere plekken. Jan denkt toch nog maar eens of een brommerrijbewijs iets voor hem is.
Maandagavond: White Night!
En een heuse schuimparty.
Er is een ober-robot die je cocktails op wens maakt. 
Maar wat menselijk contact is toch wel beter. ‘s-Avonds bezoeken we een show in het theater
en daarna gaan de voetjes op de vloer in de verschillende dancings.
Het casino is heel rustig en helaas ongezellig. 
Een drankje en een een spelletje kaarten. In de plaatselijke Spa boek ik een nagel arrangement.
Dat we teveel eten en drinken in dit drijvende hotel laat zich raden!
Na weer vijf dagen op zee arriveren we in Barbados. We zijn nu elf dagen onderweg.
Wij hebben niets geboekt als excursie en dat blijkt nu jammer. We gaan de hoofdstad in maar…. het is een Nationale feestdag en echt alles is dicht.
Dan wandelen we maar naar een dichtbij strandje.
We komen de broer van Poetin nog tegen met zijn maîtresse die een nieuwe kalender aan het maken zijn. Of zou het toch iemand anders zijn. 🤣
